START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008                
2009                2010                2011                2012
m

week:
2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 16 - 17 - 20 - 22 - 23 - 24 - 26 - 27 - 36 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 42 - 45 - 46 - 48 - 49 - 50 - 51


2009                                                                                              WEEKBERICHT WEEK 37

 

Deze week vraag ik uw aandacht voor het volgende:
 



VKC Onderwijs spreekt zich uit over de “vereniging” in openbaar onderwijs.
CBOO lidorganisatie AOb/AVMO heeft een gecomprimeerde versie van de nota bestuursvormen naar de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs (VKC) gestuurd. Op woensdag 2 september kwam de nota al aan de orde bij de behandeling van de stand van het openbaar onderwijs in het PO. VKC breed werd de toezegging van staatssecretaris S. Dijksma ondersteund nader onderzoek te verrichten naar de zeer interessante variant de “vereniging”in het openbaar onderwijs. Op 8 en 9 september is de nota aan de orde geweest bij de behandeling Wijziging Wet op het primair onderwijs; invoering bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten (“goed bestuur”) stuknummer(31 828) 1e TK. In AVMO Nieuwsbrief 33 wordt u daar nader over geïnformeerd.
 



Persbericht CBOO lidorganisatie
7 september 2009


Studiedag Zin in Kunst 21 september 2009.
Op maandag 21 september 2009 vindt de studiedag Zin in Kunst plaats in Utrecht van 10.15-17.15 uur. Enkele vragen die voor deze dag richtinggevend zijn, zijn: Hoe kun je kunst inzetten in je eigen onderwijspraktijk? Welke kunstvormen passen bij jou? Hoe kunnen levensbeschouwing en kunst als bronnen van zingeving samengaan? Ook wordt een zestal inspirerende workshops (o.a. Van woord naar beeld, Voorbij de kaders, Reflectie is de kunst) aangeboden in twee parallelsessies. De dag wordt georganiseerd voor HVO-leraren, GVO-leraren en andere belangstellenden door Stichting HVO.

Heb je interesse? Ga dan snel naar http://www.hvo.nl/HVO/news/Studiedag+Zin+in+Kunst.htm

 



Discretionaire bevoegdheid voor openhouden kleine school
Persbericht Ministerraad| 04-09-2009
De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Dijksma van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ingestemd met de invoering van een discretionaire bevoegdheid om een goed presterende, maar te kleine school in stand te kunnen houden. Het voorstel biedt de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van artikel 157 van de Wet op het primair onderwijs de mogelijkheid een school met minder dan 23 leerlingen toch te bekostigen. De school moet dan wel een perspectief hebben op toename van het aantal leerlingen en de kwaliteit moet voldoende zijn. Verder speelt een rol of er scholen in de directe omgeving van de school aanwezig zijn. Het kan in het kader van de leefbaarheid namelijk uitmaken of het gaat om de laatste school in een dorpskern.
Het wetsvoorstel komt voort uit de initiatiefnota van 8 juli 2008 getiteld 'Oog voor de toekomstige toegankelijkheid - over kleine scholen' van het Tweede Kamerlid Jan Jacob van Dijk (CDA). Verder biedt dit wetsvoorstel een overbruggingsmaatregel voor scholen die na 1 augustus 2008 zijn opgeheven en mogelijk geholpen zouden zijn geweest met dit wetsvoorstel. Deze scholen ontvangen tijdelijk bijzondere bekostiging en kunnen zodra het wetsvoorstel in werking is getreden alsnog een beroep doen op de discretionaire bevoegdheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Dit wetsvoorstel voorziet ook in een aanpassing van artikel 157 van de Wet op het primair onderwijs, dat bij toepassing van de gemiddelde schoolgrootte ook een alternatief biedt voor de besturenfusie, namelijk de samenwerkingsovereenkomst. Het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst wordt eenvoudiger gemaakt doordat de eis komt te vervallen dat zich binnen een straal van 2,5 kilometer van de desbetreffende school geen andere school van dezelfde richting bevindt. Het vervallen van die eis is in lijn met het kabinetsbeleid dat het bevorderen van de menselijke maat in het onderwijs als prioriteit heeft. Daarbij ligt het voor de hand dat het de alternatieven van de besturenfusie (i.c. de samenwerkingsovereenkomst) niet onbedoeld onmogelijk wordt gemaakt.
 



Mooie woorden.
Onder deze titel is een landelijk onderzoek gedaan naar de inschatting van schoolleiders over criteria, waarop scholen kunnen scoren als ze effectief werken aan integratie van homo-emancipatie. Het onderzoek richtte zich op locatiedirecteuren en zorgcoördinatoren. Van de 2051 benaderde schoollocaties werden er 441 (20%) bereikt. Er is extra geworven in de achttien koplopergemeenten (die extra geld hebben gekregen voor homobeleid) om de scholen aldaar te kunnen vergelijken met scholen in andere gemeenten. In elke koplopergemeente lag het aantal bereikte scholen boven de 50%. De hoofdconclusie is dat een grote meerderheid van de scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland zegt homodiscriminatie te willen tegengaan en daarop een visie te hebben. Tegelijkertijd geven de meeste scholen aan dat zij daaraan in veel mindere mate expliciete uitvoering geven. Veel scholen zeggen wel op te treden tegen discriminatie (disciplinaire aanpak), maar van het verkleinen van de sociale afstand naar homoseksuelen (preventieve aanpak) is veel minder sprake. Schoolleiders gaan er vaak vanuit dat positieve aandacht voor homoseksualiteit door het personeel ‘vanzelf’ gaat omdat het door hen gezien wordt als integraal onderdeel van algemeen veiligheidsbeleid. Daarnaast blijkt dat de scholen in koplopergemeenten vaker zeggen een visie te hebben, zich meer bewust lijken te zijn van het feit dat homoseksuele leerlingen gepest worden en ook meer zeggen op te treden tegen discriminatie. Op praktische maatregelen scoren zij echter niet hoger dan scholen in andere gemeenten. Uit recent onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs bleek reeds dat schoolleiders een nogal rooskleurig beeld hebben van de situatie op hun school. Als men docenten dezelfde vragen stelt, antwoorden die aanzienlijk pessimistischer. Leerlingen schatten de situatie op school nog negatiever in (Inspectie van het Onderwijs, 2009b). We moeten de spreekwoordelijke ‘mooie woorden’ van schoolleiders uit dit onderzoek daarom met enige voorzichtigheid hanteren, maar onze analyses wijzen erop dat schoolleiders niet zozeer sociaal wenselijk antwoorden, maar waarschijnlijk te weinig zicht hebben op de werkvloer en daardoor de implementatie van antidiscriminatiebeleid overschatten. Dit geldt in ieder geval voor homospecifieke discriminatie en uitsluiting. Dat blijkt onder andere uit het grote aantal schoolleiders dat zegt dat ze geen zicht hebben op het draagvlak op school voor homobeleid of op hoeveel leerlingen er openlijk zijn. Gezien het voorgaande, komt Empowerment, een alliantiepartner van het CBOO tot de volgende aanbevelingen:

  1. Schoolleiders hebben mooie woorden over hun visie en voornemens. Maar de werkpraktijk valt nog tegen. Scholen moeten actief worden aangesproken op het praktisch uitvoeren van de voornemens.

  2. De praktische uitvoering van maatregelen rond homodiscriminatie vereist draagvlak onder personeel en leerlingen. Daarvoor moeten scholen en schoolondersteuners meer aandacht hebben.

  3. Schoolleiders denken doorgaans dat een homovriendelijke sfeer een vanzelfsprekend onderdeel is van een algemeen veiligheidbeleid. Dit is een misverstand; ‘homobeleid’ komt niet ‘automatisch’ tot zijn recht zonder specifieke aandacht. Om na te gaan wat voor specifieke aandacht helpt, moet nader onderzocht worden welke interventies en combinatie van interventies echt werken.

  4. Het ontbreekt locatiedirecteuren aan inzicht, inschattingsvermogen en instrumenten om tot actie te komen. Locatiedirecteuren, zorgcoördinatoren en veiligheidscoördinatoren moeten worden voorgelicht en begeleid om handen en voeten te geven aan hun aanpak.


Mede op basis van deze conclusies heeft de Hetero-Homo Onderwijsalliantie (waarin ook het CBOO participeert) het ministerie en enkele politici geadviseerd de voortgang van het beleid aan te scherpen.
Het onderzoek is in juni 2009 verschenen onder de titel “Mooi woorden” en gepresenteerd op een bijeenkomst in Utrecht voor ene publiek van circa 50 mensen.
In de Tweede Kamer vindt over ondermeer deze kwestie op 30 september overleg plaats met OC&W.