START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008                2009                2010
                2011                2012
m

week:
1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 9 - 10 - 11 - 12 - 14 - 15 - 19 - 21 - 22 - 23 - 24 - 26 - 36 - 38 - 39 - 40 - 41 - 43 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 50 - 51


8 september 2011                                                                         WEEKBERICHT WEEK 36



Stop de verkwanseling van het openbaar onderwijs!


In de Leeuwarder Courant van 23 juli verdedigt Jan Dijksma de stelling dat schoolbesturen vooral hinder zouden hebben van gemeenteraden die volgens hem teveel zouden luisteren naar ouders en personeelsleden die zich verzetten tegen het sluiten van kleine openbare scholen. 

Juist in Friesland met zijn vele kleine dorpen en scholen mogen wij blij zijn dat we een Grondwet hebben die openbare scholen beschermt tegen de grootheidswaanzin van die zogenaamd 'professionele schoolbestuurders' die meer oog hebben voor de marktwerking en hun eigen salaris dan voor de democratische grondrechten van ouders en personeelsleden in het openbaar onderwijs. Als voorzitter van het Landelijk Platform Openbaar Onderwijs CBOO zeg ik daarom tegen de gemeenteraden in Friesland: stop de dreigende verkwanseling van het openbaar onderwijs!

Prof. dr. Rob Tielman, voorzitter CBOO




Initiatief Wetsvoorstel “De Vereniging als bestuursvorm in het openbaar onderwijs” belandt in Tweede Kamer

 

Tijdens het AVMO Congres op 9 maart jl. in de Jaarbeurs in Utrecht presenteerde het AOb Groepsbestuur Openbaar Onderwijs het reeds eerder aan de orde gestelde Initiatief Wetsvoorstel inzake de vereniging als bestuursvorm in het openbaar onderwijs. Het Wetsvoorstel biedt aldus de tekst van de Memorie van Toelichting de volgende voordelen:

De meerwaarde van de vereniging als nieuwe bestuursvorm voor openbaar onderwijs blijkt allereerst uit haar organisatie, aldus het AOb Groepsbestuur. De belangrijkste verschillen tussen de stichting en de vereniging kunnen als volgt worden aangeduid:

a. De stichting heeft als belangrijkste kenmerk dat zij geen leden kent. Vaak komt het bestuur van de stichting tot stand door coöptatie.

b. De vereniging kent in tegenstelling tot de stichting leden. De benoeming van de bestuurders - ook de leden van het college van bestuur - geschiedt door de algemene vergadering.

c. De vereniging kent in tegenstelling tot de stichting een dualistische structuur. De bestuurders van de vereniging worden in beginsel door de algemene ledenvergadering benoemd en ontslagen. De besluiten van de algemene ledenvergadering zijn onderworpen aan de bepalingen van Boek 2 BW en de statuten van de vereniging. Aan de algemene vergadering komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. Bij (zeer) grote verenigingen is het houden van een ALV niet altijd goed werkbaar gezien het aantal leden op de vergadering. In dat geval geeft de wet de oplossing (art. 2:39 BW) en wordt in de statuten meestal een getrapte vertegenwoordiging opgenomen:
de leden kiezen uit hun midden een aantal vertegenwoordigers, dat daarna het hoogste orgaan van de vereniging vormt. Een dergelijke vertegenwoordiging heet vaak de Ledenraad.

d. De algemene vergadering kan als Raad van Toezicht functioneren in het geval er een College van Bestuur is benoemd. Voor het toezicht op het bestuur kan ook een afzonderlijk toezicht houdend orgaan worden ingesteld, bekend onder de wettelijke maar niet verplichte wettelijke benaming van raad van commissarissen (artikelen 2:57 en 2:57a  lid 1 BW).

Voor de tekst van het Initiatief Wetsvoorstel, klik HIER.

Bij brief van 31 augustus 2011 heeft de Minister van OCW inhoud gegeven aan het verzoek van de Vaste Kamercommissie van Onderwijs van 2 september 2009 zich o.a. uit te spreken over de wenselijkheid de vereniging als bestuursvorm in het openbaar onderwijs mogelijk te maken. In die brief geeft de minister aan waarom zij daartoe geen initiatief onderneemt. Voor haar motieven lees de 2e blz. van voornoemde brief onder het kopje bestuursvormen.

Inmiddels heeft het Groepsbestuur van de AOb de fractiewoordvoerder onderwijs van D66 de heer B(oris) van der Ham bereid gevonden met het Wetsvoorstel aan de slag te gaan door het als Initiatief Wetsvoorstel in te dienen bij de Tweede Kamer. In hoeverre zijn initiatief door andere Kamerfracties wordt ondersteund, wordt de komende weken duidelijk. Dat de kans op brede steun vrij groot is, lijkt voor de hand te liggen aangezien in de Vaste Kamercommissie Onderwijs begin september 2009 voor het idee van een vereniging als bestuursvorm in het openbaar onderwijs brede steun was. Achtergrond van de gedachtengang van het AOb Groepsbestuur Openbaar Onderwijs is de notitie inzake bestuursvorm de vereniging uit 2009.

Duidelijk wordt daarin waarom gezien vanuit de optiek van het onderwijspersoneel aan openbare scholen de vereniging als mogelijke bestuursvorm als wenselijk wordt beschouwd. Lees HIER verder.

Het Groepsbestuur van de AOb, lidorganisatie van het CBOO, brengt zeer binnenkort een uitvoerige nieuwsbrief uit, waarin nader wordt ingegaan op de reactie van de minister inzake de bestuursvorm de vereniging en tevens een zeer brede AOb PR-campagne wordt aangekondigd.





Een goed scorende allochtone groep!

(Bron: Sociaal Cultureel Planbureau)

 

Chinese Nederlanders: van horeca naar hogeschool

• De Chinese groep is in omvang de vijfde grootste niet-westerse migrantengroep in Nederland. In de afgelopen tien jaar zijn veel Chinezen naar Nederland gekomen om te studeren.

• 43% van de werknemers met een Chinese achtergrond is werkzaam in de horeca; dít aandeel is lager dan in het verleden.

• Tweederde van de Chinese leerlingen volgt HAVO.VWO tegenover circa de helft van de autochtone leerlingen. 85% van de tweede generatie gaat door naar het hoger onderwijs, tegenover 59% van de autochtonen.

• De tweede generatie doet het goed op de arbeidsmarkt: zij zijn sterk vertegenwoordigd in de hoge functies en de werkloosheid is met 5% laag.

• Chinese Nederlanders van de eerste generatie hebben veel moeite met de Nederlandse taal en hebben relatief weinig contact met autochtonen. Van de tweede generatie heeft meer dan de helft een autochtone vriend.

• Eén op de vijf huishoudens van Chinese afkomst valt in de laagste inkomenscategorie. Van de 45-65 jarigen heeft 15% een bijstandsuitkering.

Lees HIER verder.





Taaloffensief moet taalbeheersing Rotterdammers verbeteren

Betere signalering van taalachterstanden, een grotere rol voor werkgevers bij de aanpak van laaggeletterdheid, Taalmeesters die taalinitiatieven in de wijken aan elkaar verbinden en deelname aan taalactiviteiten stimuleren en het stellen van taaleisen aan instanties met een belangrijke voorbeeldfunctie. Dat zijn de maatregelen waarmee Rotterdam het taalniveau van de Rotterdammers de komende jaren wil verbeteren. Vandaag presenteerden de wethouders Korrie Louwes (o.a. Arbeidsmarkt en Participatie) en Hugo de Jonge (o.a. Onderwijs) het Taaloffensief tijdens een werkbezoek aan het Taalplein.

Nog teveel Rotterdammers beheersen de Nederlandse taal onvoldoende om goed te kunnen meedoen in de samenleving. Taalachterstanden liggen vaak ten grondslag aan werkloosheid, gezondheidsproblematiek, onvoldoende maatschappelijke participatie en criminaliteit. Het verbeteren van de taalbeheersing van Rotterdammers is daarom een topprioriteit van het stadsbestuur.

Gezamenlijke aanpak
De gemeente Rotterdam gaat intensiever samenwerken met verschillende partijen in de stad om taalontwikkeling te stimuleren. Organisaties in de wijk spelen een cruciale rol om mensen met een taalachterstand te bereiken en te motiveren de Nederlandse taal te leren. Het gaat daarbij om bibliotheken, huisartsen, de Centra voor Jeugd en Gezin en sportverenigingen. Zorgverleners (huisartsen, eerste- en tweedelijnszorg, tandartsen, fysiotherapeuten e.a.) gaan mensen met een taalachterstand via ‘receptenkaarten’ doorverwijzen naar het Taalplein. Het Taaloffensief richt zich specifiek op ouders van jonge kinderen, jongeren en werknemers en werkzoekenden.

Ouders
Op dit moment groeit in sommige delen van Rotterdam bijna één op de drie basisschoolleerlingen op met een taalachterstand. Het verbeteren van de taalvaardigheid is een belangrijk speerpunt in het Rotterdams Onderwijsbeleid. Rotterdam start na de zomer als eerste stad van Nederland met zogenaamde groepen 0, die gekoppeld worden aan de basisschool en zich nadrukkelijk richten op taalontwikkeling. Rotterdam gaat daarbij ouders van groep 0-kinderen meer aanspreken om zelf aan hun taalontwikkeling te werken. Medewerkers in de kinderopvang en bij peuterspeelzalen moeten de Nederlandse taal goed beheersen. Rotterdam legt daarvoor een grotere verantwoordelijkheid bij de medewerkers zelf én bij de werkgevers. Wethouder Hugo de Jonge: “Op dit moment is het taalniveau van medewerkers niet altijd voldoende om de Nederlandse taal goed te kunnen leren aan kinderen, terwijl juist zij een belangrijke voorbeeldfunctie hebben”. Om het taalniveau van medewerkers te verhogen gaat Rotterdam taaleisen vastleggen in de verordening.

Jongeren
Met name Rotterdamse mbo leerlingen kampen vaak met een grote taalachterstand. Zij krijgen extra praktijkgerichte taalondersteuning. Het project Taalmentor koppelt jongeren vanaf 18 jaar met een taalachterstand aan taalmentoren uit het bedrijfsleven, de Hogeschool Rotterdam of de Erasmus Universiteit. Dit is gericht op taalverwerving en oriëntatie op de arbeidsmarkt.

Werkenden en werkzoekenden
Wethouder Korrie Louwes: “Belangrijk uitgangspunt van het Taaloffensief is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de werkgever, werknemer en gemeente bij de aanpak van laaggeletterdheid. Netwerken als de Stichting Lezen & Schrijven en het Bondgenootschap tegen Laaggeletterdheid gaan dan ook een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de taalbeheersing van Rotterdammers.” Binnen het Bondgenootschap hebben werkgevers, waaronder Vestia, Rabobank en Dura Vermeer en de deelgemeenten zich verenigd om laaggeletterdheid te herkennen en aan te pakken. Wie gebruik maakt van overheidsvoorzieningen, bijvoorbeeld een uitkering, is verplicht mee te werken aan een goede taalbeheersing. Werkenden en werkzoekenden krijgen taaltrajecten aangeboden om hun taalachterstand te verkleinen. Dat versterkt hun positie op de arbeidsmarkt en vergroot de kans op doorstroming. Ook voor organisaties die van de gemeente subsidie ontvangen, geldt een actieve inzet op de Nederlandse taal als subsidievoorwaarde. Ook wordt van deelnemers aan taaltrajecten vanaf 2012 een eigen bijdrage verwacht.

Kwaliteit taal- en participatietrajecten
De gemeente Rotterdam is tot 2013 verantwoordelijk voor de kwaliteit van het aanbod van de taal- en participatietrajecten onder de Wet Inburgering (WI). Vorig jaar is de kwaliteit van de trajecten en het aanbod van de taalaanbieders getoetst. Naar aanleiding van dit onderzoek worden er verbeteringen doorgevoerd en is er verscherpt toezicht ingesteld. De gemeente let scherp op de kwaliteit van de huidige taal- en participatietrajecten en onderneemt actie wanneer er niet aan de eisen wordt voldaan. In de zomer volgt een consultatieronde waarbij alle betrokken partijen worden geïnformeerd over het Taaloffensief.

Voor een nadere uitwerking, lees HIER verder.


 


Wet fusietoets in het onderwijs op 1 oktober van kracht

(ontleend aan VNG Nieuwsbrief)


De Wet Fusietoets in het onderwijs treedt naar verwachting op 1 oktober 2011 in werking. Het ministerie van OCW gaat fusies in het onderwijs beoordelen. Colleges van burgemeester en wethouders krijgen adviesrecht.

Doel van die ministeriële toets is het bewaken van de 'menselijke maat' en de keuzevrijheid van ouders. Bovendien wordt de werkelijke steun voor de fusie gemeten.

Advies college
Het college van b en w van de betrokken gemeente(n) moet (moeten) advies uitbrengen over de wenselijkheid van de voorgestelde fusie. Dat is een wettelijk adviesrecht.

Fusie-effectrapportage
Bij het indienen van een fusieverzoek moet een fusie-effectrapportage (FER) verschijnen. Daarin staat onder meer het advies van het college van burgemeester en wethouders over de wenselijkheid van de fusie.

 


Etnische diversiteit niet slecht voor schoolprestaties

(ontleend aan www.trouw.nl   -  door Lex Herweijer, senior wetenschappelijk onderzoeker bij de onderzoeksgroep Educatie en minderheden van het Sociaal Cultureel Planbureau)


Verschillende bevolkingsgroepen in een klas heeft geen negatieve invloed op de schoolprestaties, concludeert onderzoeker Lex Herweijer van het Sociaal Cultureel Planbureau. Eerder beweerde hoogleraar Jaap Dronkers het tegenovergestelde. Maar hij richtte zich op internationale gegevens terwijl het SCP naar de Nederlandse situatie keek. Een opiniebijdrage van Herweijer over etnische diversiteit in de klas.

De implicatie van Dronkers' conclusie dat etnische diversiteit in scholen een negatieve invloed heeft op de leerprestaties, is dat het beleid in een aantal gemeenten om gemengde scholen te bevorderen, contraproductief zou zijn. Dat het beleid er wellicht aan bijdraagt dat leerlingen uit verschillende bevolkingsgroepen met elkaar leren samenleven, maar dat dit ten koste gaat van hun leerprestaties. En dat leerlingen met een niet-westerse achtergrond voor hun prestaties beter af zijn op een school met een etnisch homogene leerlingenpopulatie. Is deze conclusie en haar implicaties gerechtvaardigd?

Nauwelijks 'etnisch' effect op basisschool
Een belangrijk argument tegen Donkers' verhaal is dat het Nederlandse onderwijs niet vertegenwoordigd was in de gegevens die Dronkers heeft geanalyseerd. Ook hadden zijn gegevens betrekking op 15-jarigen in het voortgezet onderwijs terwijl lokale initiatieven om gemengde scholen te bevorderen, gericht zijn op het basisonderwijs. Het is dus nog maar helemaal de vraag of Dronkers' conclusie opgaat voor het Nederlandse (basis-)onderwijs.'

Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft met gegevens over het Nederlandse onderwijs gekeken of de mate van etnische diversiteit in scholen van invloed is op leerprestaties in het basis- en het voortgezet onderwijs. Het is hierbij belangrijk om in de gaten te houden dat etnische diversiteit niet alleen betekent dat er op een school naast autochtone leerlingen ook leerlingen met een niet-westerse achtergrond zitten. Veel 'zwarte' scholen hebben ook nog eens leerlingen met uiteenlopende etnische achtergronden in huis. Als etnische diversiteit nadelig is voor leerprestaties, dan geldt dat dus des te meer voor zwarte scholen.

In het basisonderwijs hebben wij gekeken naar de prestaties van leerlingen in groep 8. De mate van etnische diversiteit in een school blijkt daarop nauwelijks van invloed. De prestaties op het terrein van begrijpend lezen, rekenen en de Cito-eindtoets zijn op etnisch diverse scholen weliswaar iets lager dan op etnisch homogene scholen. Maar als rekening wordt gehouden met het gemiddelde opleidingsniveau van de ouders van leerlingen, blijft alleen bij rekenen een klein negatief effect van de etnische diversiteit zichtbaar. Op andere terreinen (begrijpend lezen, de woordenschat, de score op de Cito-eindtoets) is er uitsluitend een effect van het gemiddelde opleidingsniveau van ouders. Leerlingen presteren beter op basisscholen met veel kinderen van hoogopgeleide ouders. Het gaat daarbij overigens niet om erg grote verschillen.

Mengen is niet nadelig voor onderwijsprestaties
In het voortgezet onderwijs zijn leerlingen verdeeld over verschillende onderwijsniveaus, uiteenlopend van de basisberoepsgerichte leerweg in het vmbo tot het vwo. Sommige scholen bieden alleen vmbo- onderwijs aan, andere scholen alleen havo en vwo. De differentiatie naar niveau gaat gepaard met grote prestatieverschillen op de onderzochte terreinen: begrijpend lezen, woordenschat en wiskunde.

Als rekening wordt gehouden met het niveau van het onderwijs dat leerlingen volgen, dan heeft etnische diversiteit geen effect op de prestaties. Ook het gemiddelde opleidingsniveau van ouders van leerlingen heeft dan geen invloed. Het niveau van het onderwijs (vmbo, havo, vwo) dat scholen aanbieden, geeft de doorslag bij het ontstaan van prestatieverschillen tussen leerlingen op verschillende scholen voor voortgezet onderwijs.

Al met al zijn de in internationaal onderzoek gevonden negatieve effecten van etnische diversiteit op leerprestaties maar heel beperkt terug te vinden in het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs. Er is dus weinig reden om te verwachten dat 'mengen' of de komst van autochtoon Nederlandse leerlingen naar zwarte scholen nadelig uitpakt voor de leerprestaties op die scholen.

Integendeel, door de komst van autochtoon Nederlandse leerlingen zal het gemiddelde opleidingsniveau van ouders op zwarte scholen waarschijnlijk omhoog gaan. Dat kan een positieve invloed hebben op de leerprestaties in het basisonderwijs. De verwachtingen daarvan moeten overigens niet te hooggespannen zijn. Pas bij een sterke toename van het gemiddelde opleidingsniveau van ouders van basisschoolleerlingen doen zich prestatieverschillen van enige omvang voor.

 


Proef flexibele onderwijstijd gestart

Deelnemende scholen bekend

(Bron: rijksoverheid.nl)

 

Dit schooljaar starten 7 basisscholen met het driejarige experiment ‘flexibele onderwijstijd’ van het ministerie van OCW. Deze scholen krijgen de mogelijkheid om in samenspraak met ouders, kinderopvanginstellingen en het schoolpersoneel het onderwijs zo te organiseren dat dit past bij de wensen van deze tijd.

Zij mogen de onderwijstijd flexibel verdelen over het schooljaar (inclusief de zomervakantie). Hierdoor kunnen onderwijs en opvang optimaal op elkaar worden afgestemd voor zowel individuele leerlingen als voor hele klassen. Minister Marja van Bijsterveldt wil de resultaten van deze proef gebruiken om de onderwijstijdregelgeving te actualiseren.

Lees HIER verder.

 


Roze Vrijdag op de 50+ beurs in de Jaarbeurshallen in Utrecht


Kom 16 september gratis naar de 50+ beurs voor een spectaculair programma op Roze Vrijdag.

Klik HIER voor meer informatie en de beursflyer!

 


NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).