START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008                2009                2010
                2011                2012                2013
m

week:
5 - 9 - 10 - 11 - 13 - 14 - 15 - 16 - 17 - 19 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 36 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 50 - 51



6 september 2012
                                                                      WEEKBERICHT WEEK 36




Verzelfstandiging openbaar onderwijs - ALTIJD een goede zaak?


Organisaties in het (openbaar) onderwijs, maar ook politici op lokaal en landelijk niveau, vragen zich in toenemende mate af hoe het mogelijk is dat veel onderwijsinstituten vaak in het nieuws komen omdat er e.e.a. schort aan meestal de volgende zaken:

a) De manier waarop onderwijskwaliteit wordt geleverd en wordt gecontroleerd.

b) De manier waarop Colleges van Bestuur al dan niet efficiënt gecontroleerd door Raden van Toezicht of andere vormen van onderwijsbestuur, omgaan met financiële middelen die via het heffen van belasting ter beschikking komen maar waarop geen/marginale overheidscontrole plaatsvindt.

c) De manier waarop de geledingen in onderwijsorganisaties vorm geven aan democratische besluitvormingsprocessen m.b.t. onderwijs inhouden en -organisatie.

De onder a) en b) genoemde zaken zijn niet specifiek voor het openbaar onderwijs. Onderzoek naar de stand van zaken op die terreinen is voor zover het funderend onderwijs betreft een overheidstaak. Zowel Eerste als Tweede Kamer zijn momenteel actief op deze terreinen.

M.b.t. het onder c) genoemde – de democratische besluitvormingsprocessen – is er voor het openbaar primair en voortgezet onderwijs een specifieke situatie. Voor de verzelfstandiging daarvan bestond de situatie, dat voor dit van overheidswege gegeven onderwijs door gemeenteraden dan wel (rijks voortgezet onderwijs) door de Tweede Kamer werd gecontroleerd. Deze overheidsorganen waren voor onderwijsgeledingen, die de moeite namen zeer goed aanspreekbaar als er iets mogelijkerwijs niet in orde was met een onderwijsinstelling. Politici wisten zeer goed dat zij rechtstreeks aanspreekbaar en verantwoordelijk waren als er zaken in openbaar onderwijsland niet goed liepen. Na de bestuurlijke verzelfstandiging van het openbaar onderwijs viel deze verantwoordelijkheid toe aan Colleges van Bestuur en Raden van Toezicht, die die publieke verantwoordingsplicht niet hebben. Op zich is het al curieus dat de overheid geen of marginale controle uitoefent op de besteding van de middelen, die zij zelf ter beschikking stelt. De geledingen in het openbaar onderwijs zijn nu afhankelijk van de uitvoering per onderwijsbestuur van de Wet Medezeggenschap Onderwijs(WMS) uit 2007.

Het is de vraag of deze nieuwe constructie Raad van Toezicht en Colleges van Bestuur in het openbaar onderwijs met als medezeggenschapspartner(s) GMR-en en MR-en dezelfde toegankelijkheid hetzelfde bestuurlijke evenwicht, transparantie en toegankelijkheid oplevert als de voormalige overheidsconstructie, waarbij de  gemeenteraden en de Tweede Kamer konden worden aangesproken op resp. het gemeentelijk en rijks openbaar onderwijs.

Het CBOO ontvangt signalen op, dat er in ieder geval het e.e.a. aan de hand is en de interne democratische besluitvorming in een aantal gevallen de wenkbrouwen doet fronsen; reden voor het CBOO om daar aandacht aan te besteden.

Bijzonder geschikt lijkt de casus ‘Stichting voor openbaar onderwijs Meerwerf in Den Helder’, waar de gang van zaken m.b.t. besluitvorming intern, maar ook in relatie van schoolbestuur tot de gemeente Den Helder interessante doorkijkjes geeft naar het reilen en zeilen van het openbaar onderwijs aldaar.

In CBOO-berichten zullen de komende weken een aantal aspecten worden besproken. In de hieronder opgenomen informatie (ook gepubliceerd in week 26) zijn 3 aspecten aan de orde:

1) Hoe is de algemene directie van Meerwerf omgegaan met de eigen GMR en tot welke escalatie heeft dit geleid.

2) Op welke manier laat het CBOO onderzoek verrichten naar de gang van zaken bij de stichting  Meerwerf (zie ook de onderzoeksvragen bij dit onderzoek hieronder).

3) Op welke manier is de landelijke politiek momenteel bezig inhoud te geven aan onderzoek van aspecten van privatisering van overheidsdiensten, dus ook van het openbaar onderwijs.

Het CBOO, maar ook het ingeschakelde onderwijsonderzoeksinstituut, zijn momenteel doende in contact te treden met relevante actoren over de stand van zaken m.b.t. de Stichting Meerwerf.

Nu eerst een korte stand van zaken m.b.t. Meerwerf tot nu toe:

Het openbaar basisonderwijs in Den Helder is na de verzelfstandiging een aantal jaren geleden ondergebracht in de stichting Meerwerf. De signalen die rond het reilen en zeilen van de stichting Meerwerf worden afgegeven zijn nogal verschillend. Zo was in het magazine School (VOS/ABB + VOO) van mei 2011, een lovend artikel over de uitkomsten van ZEK (=zelfevaluatiekader) opgenomen inzake de openbare identiteit waaraan de school zou voldoen. Merkwaardigerwijs was niet precies boven water te krijgen wie bij deze ZEK-procedure betrokken waren geweest.

Zeker is dat het niet een activiteit was waarbij de GMR van Meerwerf betrokken was, laat staan had ingestemd. Kennelijk was de algemene directie gaan shoppen bij de VOS/ABB, nadat een eerdere afspraak voor een visitatie openbare identiteit, gemaakt tussen CBOO, algemene directie van Meerwerf  en de GMR van deze scholengroep, door de algemene directie eenzijdig was afgezegd. Motivering voor die eenzijdige opzegging van een gemaakte afspraak was het gebrek aan vertrouwen van de directie in de GMR. Dat de relatie met de algemene directie van Meerwerf was verstoord, werd concreet duidelijk toen op 26 oktober 2011 bij de Geschillencommissie voor het onderwijs een geschil werd aangemeld, dat zich concentreerde op 2 punten:

1. De GMR heeft als opvatting dat zijn leden in eigen kring onbelemmerd en zonder aanwezigheid van het bevoegd gezag als toehoorder in de eigen GMR-vergaderingen moeten kunnen beraadslagen opdat hij zo tot besluitvorming kan komen. De aanwezigheid van het bevoegd gezag moet geen belemmering kunnen vormen voor welk lid van de GMR dan ook om zich vrij uit te spreken over de gang van zaken binnen Meerwerf. De GMR moet gezamenlijk kunnen besluiten welke kwesties hij wil aankaarten en welke standpunten hij naar voren zal brengen in het overleg met het bevoegd gezag, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 WMS. De aanwezigheid van het bevoegd gezag bij GMR-vergaderingen kan hierbij een beletsel zijn.

2. Bovendien meent de GMR dat het niet aangaat dat zijn individuele leden op verzoek van het bevoegd gezag door of middels hun respectievelijke schooldirecteuren worden aangesproken op hun gedrag als GMR-lid. Dit belemmert eveneens het onafhankelijk opereren van deze leden en dus van de GMR in zijn geheel. Helaas worden leden van de GMR door de algemene directie en het bestuur via de schooldirecteuren benaderd en aangesproken.

N.a.v. deze ontwikkeling probeerde het CBOO eerst tot een rechtstreeks bestuurlijk overleg met het Meerwerf-bestuur te komen. Dat lukte niet. Ook het College van B&W van Den Helder en de Gemeenteraad van deze marinestad, eindverantwoordelijk voor het openbaar onderwijs aldaar, reageerden niet op een verzoek van het CBOO een gesprek over de ontstane situatie bij Meerwerf toe te staan.

Op 15 december 2011 werd het geschil in Utrecht behandeld. De Geschillencommissie was van mening, dat zij niet bevoegd was op de vordering van de GMR in te gaan en vond dat zij slechts een interpretatie kon aanduiden van de wetsartikelen uit de WMS ter zake. Daarmee leek de kous af. In School & Wet van mei 2012, het magazine van de Nederlandse Vereniging voor Onderwijsrecht (NVOR), verscheen een interessant artikel, waarin mr. dr. J. Sperling de interpretatie van het geschil nog eens onder de loep nam.

In wezen gaat het bij de WMS volgens Sperling om de vraag of een school goed als "tegenhanger" van het bevoegd gezag kan functioneren. Of dat zo is, is in het geval van de stichting Meerwerf vooralsnog een open vraag. De uitspraak van de Geschillencommissie die binnen kwam medio februari 2012 bracht daarover geen duidelijkheid. Voor de zeer interessante analyse van het geschil in School & Wet kunt u HIER klikken.

Inmiddels is er op landelijk niveau een parlementair onderzoek van de Eerste Kamer begonnen naar de effecten van privatisering van overheidsinstellingen, o.a. op de democratische besluitvorming en handhaven van wat in een democratische rechtsstaat betamelijk is. De AOb heeft bij brief aan de Eerste Kamer laten weten, dat voor dat onderzoek ondermeer ook het openbaar onderwijs als van overheidswege gegeven onderwijs in aanmerking komt (zie verderop in dit CBOO-bericht).

Momenteel loopt in het kader van het Kortlopend Onderwijsonderzoek een door het CBOO aangevraagd onderzoek. bij dat onderzoek wordt ook de casus Meerwerf Den Helder bekeken, waarbij de volgende onderzoeksvragen aan de orde zijn:

1. In welke mate is de gemeenteraad daadwerkelijk betrokken bij het toezicht op het verzelfstandigd openbaar onderwijs. Hoe houden zij feitelijk toezicht op het verzelfstandigd openbaar onderwijs? Wat vinden zij belangrijk? Welk toezichtskader wordt gehanteerd? Hoe beoordelen zij of de continuïteit gewaarborgd is en het openbaar onderwijs blijft voldoen aan de 'wezenskenmerken van het openbaar onderwijs'?

2. In welke mate en op welke manier zijn ouders en leraren direct betrokken bij het bestuur van openbare scholen als bestuurder of binnen de Raad van Toezicht. Op welke wijze leggen besturen verantwoording af naar burgers in de gemeente, ouders en leraren over het reilen en zeilen van het openbaar onderwijs? Hoe worden ouders en leraren bij het bestuur en het toezicht betrokken (zitting, voordracht, professionals)? Wat zijn argumenten om ouders en leraren juist wel of niet bij het bestuur te betrekken?

In september 2012 wordt het onderzoek met kracht voortgezet. Naar verwachting zal in november meer concreets bekend worden over het onderzoek.

In CBOO bericht week 37 wordt ingegaan op andere aspecten van de casus Stichting Meerwerf.





Trend naar meer overheidstoezicht op onderwijsbestuur


In deze spannende tijd vlak voor de TK verkiezingen van 12 september a.s. is onderwijs geen hoofdthema. Vooruitlopend op een mogelijke positie in de regeringsbankjes heeft de PvdA echter een actieplan gepresenteerd, waarin de overheid een betere greep krijgt op de manier waarop verzelfstandigde besturen omgaan met door de burger opgebracht belastinggeld.

Financiële problemen van scholen vormen een gevaar voor de toekomst van het onderwijs. De PvdA wil daarom openbaar maken welke scholen onder verscherpt toezicht staan en ervoor zorgen dat ouders op de hoogte zijn van de financiële situatie waarin de school van hun kinderen verkeert. In hun plan maken zij daarnaast extra geld vrij voor actiever financieel toezicht door de Onderwijsinspectie. Scholen in de problemen moeten hulp inroepen om erger te voorkomen.

Een kort parlementair onderzoek moet de feiten rond de financiële positie van scholen snel boven tafel krijgen. Dit onderzoek moet aantonen of de financiering van scholen door de overheid op dit moment voldoende is en of scholen in de toekomst met deze middelen de steeds hoger wordende rekeningen kunnen betalen.

Scholen laten weten dat ze geen geld hebben voor de gewoonste zaken zoals schoonmaak, de energierekening en onderhoud van het gebouw, omdat de prijzen flink zijn gestegen. Er wordt steeds vaker in rode cijfers geschreven.

Aan de andere kant zijn er ook scholen die onnodig oppotten. Daar zou een maximum aan gesteld moeten worden. Gaan scholen daar overheen, zonder goede verklaring, dan moet er een korting op de bekostiging volgen. Onderwijsgeld moet immers ten goede komen aan goed onderwijs.

Voor het actieplan kunt u HIER klikken.




Docent GVO worden op de openbare basisschool?

(ingezonden mededeling)


Dat kan. Sinds 2009 financiert de rijksoverheid het godsdienstonderwijs aan de openbare basisschool. Alle docenten protestants christelijk godsdienstonderwijs aan de openbare basisschool zijn toen in dienst gekomen van de Stichting Protestants Centrum voor Godsdienstig Vormingsonderwijs. Voortaan geldt de eis, dat ook de docent Godsdienstig Vormings Onderwijs (GVO) een lesbevoegdheid moet hebben. Daarnaast moeten deze docenten nadere bekwaamheid verwerven op het gebied van theologie.

De weg naar het docentschap GVO aan de openbare basisschool loopt voortaan via een ‘pabo- opleiding’ of een opleiding docent godsdienst/levensbeschouwing van de tweede graad. Bij beide varianten is een zogenoemde minor ter grootte van 30 EC in het bachelor traject opgenomen (30 ec is een studielast van een half jaar). Dit betekende dat de oude IKOS-opleidingen beëindigd moesten worden.

Nieuwe opleidingen zijn daarvoor in de plaats gekomen. De pabo de Eekhorst in Assen (nu Stenden Hogeschool) is als oude IKOS-opleiding veranderd in een opleiding nieuwe stijl. De IKOS-opleiding in Dordrecht/Rotterdam is beëindigd. Een voortzetting vindt plaats bij Hogeschool In-Holland te Rotterdam. Hogeschool In-Holland zet ook de vroegere IKOS- opleiding van het vrijzinnig pastoraat voort in Amsterdam.

Verder is er nog de aan de IKOS-uitgangspunten verwante opleiding bij de NHL Hogeschool in Leeuwarden. Om compleet te zijn: ook Hogeschool de Driestar in Gouda, de Christelijke Hogeschool Ede en de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle bieden de minor als opleidingsmogelijkheid aan.

Het arbeidsperspectief van docenten GVO op de openbare basisschool is goed te noemen. Het huidig bestand aan leraren PC GVO zal de komende jaren de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Er zal dus vervanging nodig zijn.

Nadere inlichtingen bij de Hogescholen die de opleiding aanbieden en het Protestants Centrum voor Godsdienstig Vormingsonderwijs (PCGVO).

Protestants Centrum voor GVO
Postbus 8504
3503 RM  Utrecht

Bezoekadres
Joseph Haydnlaan 2a
3533 AE  Utrecht
Tel. (030) 880 1880
E-mail:
info@pcgvo.nl






NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).