START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008                2009                2010
                2011                2012                2013
m

week:
5 - 9 - 10 - 11 - 13 - 14 - 15 - 16 - 17 - 19 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 36 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 50 - 51



12 september 2012
                                                                      WEEKBERICHT WEEK 37




Hoe het niet moet: Stichting Meerwerf (openbaar primair onderwijs) in Den Helder


In CBOO-bericht week 36 werd gewag gemaakt van een onderzoek naar de consequenties van de verzelfstandiging van het openbaar onderwijs. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek zal antwoord moeten geven op de volgende vragen:

In welke mate zijn leden van gemeenteraden, dus ook in Den Helder, nog daadwerkelijk betrokken bij het toezicht op het verzelfstandigd openbaar onderwijs? Hoe houden zij feitelijk toezicht op het verzelfstandigd openbaar onderwijs? Wat vinden zij belangrijk? Welk toezichtskader wordt daarbij gehanteerd? Hoe beoordelen zij of de continuïteit gewaarborgd is en of het onderwijs blijft voldoen aan de 'wezenskenmerken van openbaarheid'?  

Voordat die vraag m.b.t. de situatie in Den Helder aan de orde kan zijn, is het interessant eens te kijken hoe het bestuur van de Stichting Meerwerf is georganiseerd. Wat opvalt bij bestudering van de website van Meerwerf is dat duidelijkheid over het bestuur ontbreekt. Op de website staat een foto van een gezelschap dames en heren, maar er staat niet bij wie voorzitter, secretaris en penningmeester van de stichting zijn. Uit vergaderstukken is af te leiden dat de heer Hoekstra voorzitter is, maar bij navraag bleek onbekend wie bestuurssecretaris en bestuurspenningmeester zijn. Wel heeft het bestuur een ambtelijk secretaris in de persoon van algemeen directeur D. Scholte. Naast hem fungeert de heer H. Uri als tweede directeur. Samen vormen zij de algemene directie.

De website wordt kennelijk niet goed onderhouden. Het  blijkt om een verouderde foto van het bestuur in een gepasseerde samenstelling te gaan. Drie leden hebben vorig jaar hun functie neergelegd. Dit moet betekenen dat het bestuur nu met vier leden werkt. Maar uit hoeveel mensen het bestuur werkelijk zou behoren te bestaan, is niet te achterhalen. De bestuursvorm zou zijn veranderd, maar bijbehorende statuten lijken er niet te zijn. Daarmee wordt niet inzichtelijk hoe binnen deze stichting aan de strenge wettelijke eis van zelfstandig intern toezicht wordt voldaan. Dit onafhankelijk intern toezicht zou vanaf augustus 2010 naar de letter van de wet moeten zijn ingericht. Dat is inmiddels meer dan twee jaar geleden.

Algemeen directeur de heer D. Scholte had zijn oude bestuur van 7 naar 5 leden terug willen brengen om het gezelschap vervolgens de naam Raad van Toezicht te geven. In een uitgebreid advies van de heer Scholte aan zijn bestuur spreekt hij er zijn teleurstelling over uit dat door de principiële opstelling binnen de GMR de overgang naar een RvT-model niet met een "lichte rimpeling" heeft kunnen plaatsvinden. De GMR had zijn recht op bindende voordrachten in de RvT opgeëist en dat was zijn bedoeling niet, want dat zou in de praktijk betekenen dat zijn gehele bestuur zou worden vervangen.

De GMR was net even te wakker gebleken en had het standpunt ingenomen dat de overgang naar een bestuursvorm met een RvT niet kon worden georganiseerd op de door de directie gewenste wijze, omdat deze bestuursvorm vraagt om een ander type bestuurder waarbij deskundigheid en onafhankelijkheid essentieel zijn. Daarom moest er een openbare sollicitatieronde komen, waarin sollicitanten werden geselecteerd op basis van die deskundigheid. Dit zou moeten gebeuren aan de hand van functieprofielen die bovendien nog niet bleken te zijn opgesteld.

De heer Scholte was het niet met de GMR eens en bleef zijn eigen koers varen. Omdat hij nog een vijfde toezichthoudende bestuurder zocht, werden ouders door middel van een aan leerlingen uitgedeelde circulaire van directeur Scholte opgeroepen om bij hem te solliciteren naar het lidmaatschap van zijn nieuw te vormen RvT van Meerwerf.

De voorzitter van de GMR wekte grote verontwaardiging met haar opmerking dat het bestuur de verantwoordelijkheid moest nemen om de RvT samen te stellen en dat zoiets niet door een algemene directeur als uitvoerder van bestuursbeleid kon worden georganiseerd. Pas nadat een RvT was samengesteld zouden bestuurlijke taken kunnen overgaan in handen van de directie. Toen duidelijk werd dat de heer Scholte zijn voorzitter Hoekstra na tien dienstjaren wederom wilde handhaven in de overgang naar de bestuursvorm met een RvT, heeft de GMR zich daartegen verzet. Men was van mening dat de heer Hoekstra niet opnieuw stilzwijgend kon doorgaan als voorzitter, temeer omdat hij met het oog op het rooster van aftreden al langer functioneerde dan statutair mogelijk was. Toen de voorzitter van de GMR bij de discussie daarover had opgemerkt dat de bestuursvoorzitter geen rol meer bij het intern toezicht zou kunnen vervullen omdat hij al zo'n 10 jaar als  bestuursvoorzitter had gefunctioneerd, brak de oorlog uit. De voorzitter van de GMR had met haar opmerking bestuur en directie beledigd. Zij zou de kwaliteit en de integriteit van het bevoegd gezag in twijfel trekken en kon volgens de directie de GMR niet langer vertegenwoordigen. Bestuur en directie lieten weten de GMR niet langer te erkennen, met als argument dat deze de zittingstermijn had laten verstrijken zonder verkiezingen te organiseren.

Nadat de verkiezingen voor de GMR hadden plaatsgevonden, bleek de voorzitter haar positie te hebben gehandhaafd. De teleurstelling van de heer Scholte dat de overgang naar een bestuursvorm met een RvT niet met een lichte rimpeling kon worden geregeld is vanuit zijn perspectief goed te begrijpen. In de praktijk van Meerwerf lijkt het een gevestigde cultuur dat de algemeen directeuren Scholte en Uri zelf het gremium kunnen samenstellen,  waaraan zij verantwoording afleggen.

Door de dominantie die tot stand komt in de combinatie van de directeursfunctie en de functie van ambtelijk secretaris (een bestuurssecretaris is niet gesignaleerd) zijn de algemeen directeuren in de positie om op bestuurlijk niveau zo goed als alles aan te sturen en te beïnvloeden.

Bij het CBOO-bestuur is bovendien de indruk gewekt dat het voor het Meerwerf-bestuur niet mogelijk is om met de CBOO-delegatie in overleg te treden over een verschil van mening bij de voorbereiding van een CBOO-visitatietraject zonder dat daarbij directeur Scholte als ambtelijk secretaris aanwezig is. Het CBOO-bestuur heeft vastgesteld dat hun brieven aan het bestuur wel werden gelezen door de voorzitter, maar niet onder ogen werden gebracht van de overige leden van het bestuur van Stichting Meerwerf.

Het bestaande Meerwerf-bestuur van de ene op de andere dag de naam RvT geven, werd dus onmogelijk. Toen de GMR en een vertegenwoordiger van de ouders de heer Scholte hadden laten weten dat deze twee geledingen het wettelijk recht hadden op een bindende voordracht in de samenstelling van de RvT en dat ook het college van B&W een voordrachtsrecht had, kwamen de heren Scholte & Uri tot het inzicht dat zij met een RvT te maken zouden krijgen, waarin 3 van de 5 leden niet door hen persoonlijk konden worden benoemd en aangestuurd. Directeur Scholte probeerde daarop de GMR  er eerst nog van te overtuigen dat een voordracht van de GMR nog niet aan de orde was, omdat hij besloten had om het rooster van aftreden van het bestuur aan te houden zodat de overgang naar de RvT nog kon worden uitgesteld. De GMR zou met haar voordracht dus nog twee jaar moeten wachten. De leden van de medezeggenschap konden zich niet vinden in deze roosterredenering en wilde direct een voordracht doen voor de RvT. Daartoe waren al gesprekken gevoerd met een zeer geschikte en deskundige kandidaat.

Directeur Scholte komt tenslotte tot het inzicht dat hij zijn RvT zo toch niet meer zelf kan samenstellen en kondigt daarop aan dat hij geen RvT meer wil, maar voor het mandaat-delegatiemodel kiest. Meerwerf opereert nu kennelijk in een mandaat-delegatie bestuursmodel, hoewel dat formeel nog niet geregeld is, mogelijk met een onvolledig bestuur en kennelijk zonder duidelijke verdeling van verantwoordelijkheid waar het gaat om de strenge scheiding van verantwoordelijkheden van bestuurders en toezichthouders. Daarmee komt de waarschijnlijkheid in beeld dat Meerwerf sinds augustus 2010 handelt in strijd met de strenge eisen die de wet stelt aan het verzelfstandigd openbaar onderwijs.

Het Gemeentebestuur van Den Helder als eindverantwoordelijke - ook na de verzelfstandiging - voor het openbaar onderwijs in Den Helder kan deze situatie niet laten voortduren. De Raad zal zich de vraag moeten stellen of bij Meerwerf de bestuurlijke zaken op orde zijn en transparant zijn. Met name over de behandeling van de schooldirecteuren en de leerkrachten bereiken ons alarmerende berichten. In een volgend CBOO-bericht zal daar dieper op worden ingaan.





Visitaties bij Stichting Akkoord van start gegaan

 

De Stichting Akkoord voor primair openbaar onderwijs in Venlo e.o. heeft er geen gras over laten groeien. Zodra het bestuur van de stichting het licht op groen zette voor CBOO-visitaties openbare identiteit ging algemeen directeur Peter Adriaans aan de slag om met de directeuren van de openbare scholen e.e.a. goed voor te bereiden.

Alle directeuren hadden achtereenvolgens een oriënterend gesprek met de CBOO-coördinator visitaties. Vervolgens bracht deze verspreid over 2 dagen een bezoek aan alle Akkoord-scholen die nog niet zijn gevisiteerd om een goed beeld te krijgen van de scholen en de omgeving waarin deze staan. Deze aanpak is een geweldig voordeel bij de voorbereiding van de visitatiegesprekken. De visitatoren hebben daardoor in de voorbereiding een vollediger beeld van wat ze zullen tegenkomen dan tot nu toe. Dat bleek ook meteen toen op 30 augustus jl. de eerste visitatiegesprekken plaatsvonden in OBS De Omnibus in Baarlo en OBS de Harlekijn in Venlo-Blerick.

Het ligt in de bedoeling alle gesprekken bij de scholen van Akkoord en met de algemene directie en het bestuur te hebben afgerond voor het einde van 2012.

 




NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).