START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008                2009                2010
                2011                2012                2013
m

week:
5 - 9 - 10 - 11 - 13 - 14 - 15 - 16 - 17 - 19 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 36 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 50 - 51



19 september 2012
                                                                     WEEKBERICHT WEEK 38




De Wet Medezeggenschap Scholen (WMS) en Stichting Meerwerf – Den Helder


In de eerste helft van dit jaar is landelijk het e.e.a. gepubliceerd n.a.v. de evaluatie van de WMS, die vanaf 2007 van kracht is. De vraag is met name of de (G)MR voldoende instrumenten in handen heeft om een gelijkwaardige tegenkracht te zijn t.o.v. schoolbesturen en directies (of College van Bestuur en Raad van Toezicht). Op 21 mei van dit jaar stuurde een groot aantal onderwijsorganisaties, waaronder de PO Raad en de VO Raad een brief naar de Tweede Kamer n.a.v. de Beleidsreactie van het (demissionaire) Kabinet Rutte, waarin o.a. aandacht werd gevraagd voor de volgende problemen m.b.t. medezeggenschap:

1.         Als een schoolbestuur zich niet houdt aan de WMS, bijvoorbeeld door na te laten om de (G)MR om advies of instemming te vragen, dan kan de raad (of een geleding van de raad) alleen naleving van de wet eisen via de gang naar de Ondernemingskamer. Omdat dit een grote stap is, ondersteunen wij de aanbeveling om ook in deze gevallen gebruik te kunnen maken van de geschillencommissie. De geschillencommissie zal daarvoor een aantal aanvullende bevoegdheden moeten krijgen.

2.         Uit het onderzoeksrapport blijkt dat het nogal eens voor komt dat het bevoegd gezag advies- en instemmingsplichtige besluiten neemt zonder de (G)MR vooraf om advies of instemming te vragen. De (G)MR heeft nu niet het recht om de nietigheid in te roepen als het bevoegd gezag het instemmingsrecht van de (G)MR heeft genegeerd. De WOR (Wet op Ondernemingsraden) kent dit recht wel. Er is geen reden om de (G)MR ditzelfde recht te onthouden. Continuering van de huidige situatie zou betekenen dat, ook wanneer het schoolbestuur nadien door de geschillencommissie of rechter wordt teruggefloten, er onduidelijkheid kan blijven bestaan over de impact van het – onterecht – genomen en uitgevoerde besluit. Wij ondersteunen dan ook de aanbeveling die inhoudt dat ook de (G)MR het recht krijgt de nietigheid van een besluit van het bevoegd gezag in te roepen.


Op 15 december 2011 diende bij de Geschillencommissie in Utrecht een geschil tussen de GMR van de Stichting Meerwerf en het bestuur van deze stichting. De uitspraak was onbevredigend. De Geschillencommissie erkende wel de problematiek, maar deed geen duidelijke uitspraken over een groot aantal elementen uit de Pleitnota van de advocaat, die namens de GMR ter tafel lag. Verwezen werd naar de Ondernemingskamer. Dat is jammer, gegeven de hierboven onder 1. genoemde problematiek en het onder 2. genoemde risico.

Geschilpunten uit de Pleitnota d.d. 24 oktober 2011 maken dat duidelijk.

1.         Tussen het bevoegd gezag en de GMR bestaat sinds de oprichting in 2007 op een groot aantal onderwerpen verschil van interpretatie aan het bepaalde bij of krachtens de WMS. Aan de geschillencommissie wordt nu voorgelegd het verschil van opvatting over de positie van de GMR binnen het krachtenveld van de schoolorganisatie. Het betreft in het bijzonder de zelfstandigheid en eigenstandigheid van de GMR ten opzichte van het bevoegd gezag en het gezag van de schooldirecteuren. De GMR meent dat het als orgaan, bestaande uit door de medezeggenschapsraden gekozen vertegenwoordigers van ouders en leerlingen, op grond van de WMS een eigenstandige positie inneemt, althans behoort in te nemen, binnen de schoolorganisatie van Meerwerf.   

2.         De GMR heeft als opvatting dat zijn leden in eigen kring onbelemmerd en zonder aanwezigheid van het bevoegd gezag als toehoorder in de eigen GMR-vergaderingen moeten kunnen beraadslagen opdat hij zo tot besluitvorming kan komen. De aanwezigheid van het bevoegd gezag moet geen belemmering kunnen vormen voor welk lid van de GMR dan ook om zich vrij uit te spreken over de gang van zaken binnen Meerwerf. De GMR moet gezamenlijk kunnen besluiten welke kwesties hij wil aankaarten en welke standpunten hij naar voren zal brengen in het overleg met het bevoegd gezag, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 WMS. De aanwezigheid van het bevoegd gezag bij GMR-vergaderingen kan hierbij een beletsel zijn.  

3.         Bovendien meent de GMR dat het niet aangaat dat zijn individuele leden op verzoek van het bevoegd gezag door of middels hun respectievelijke schooldirecteuren  worden aangesproken op hun gedrag. Dit belemmert eveneens het onafhankelijk opereren van deze leden en dus van de GMR in zijn geheel. Helaas worden leden van de GMR door de algemene directie en het bestuur via de schooldirecteuren benaderd en aangesproken. 


Deze geschilpunten worden geïllustreerd door in totaal 27 feiten, waarvan hier enige wordt genoemd

a.         De GMR meent dat hij bij Meerwerf geen of in ieder geval te weinig gelegenheid krijgt zonder invloed van het bevoegd gezag zich te beraden en op basis daarvan tot zijn standpunten te komen, mede als gevolg van de aanwezigheid van het bevoegd gezag tijdens de GMR-vergaderingen. Ingevolge artikel 20 van het Medezeggenschapsreglement zijn de vergaderingen van de GMR in beginsel openbaar. Deze bepaling lijkt te zijn ingegeven door een behoefte aan transparantie over het functioneren van de GMR naar de achterban (de ouders en personeelsleden). Binnen Meerwerf is echter het gebruik ontstaan dat ook het bevoegd gezag de vergaderingen van de GMR (al dan niet daartoe uitgenodigd) bijwoont. Dit vindt de algemene directie een goede gang van zaken Daarnaast vinden overlegvergaderingen, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 WMS, plaats die ook openbaar zijn en waarvoor de algemene directie de directeuren van de scholen uitnodigt.

b.         De GMR meent dat de bemoeienis van de schooldirecteuren, die op initiatief van de algemene directie plaats vindt, kan leiden tot benadeling van de personeelsleden van de GMR, nu zij zonder de mogelijkheid van hoor en wederhoor door de schooldirecteuren, hun hiërarchisch leidinggevenden, worden aangesproken op hun gedrag als GMR-lid.


De Pleitnota eindigt met een verzoek van de GMR een uitspraak te doen over of het al dan niet in overeenstemming is met de WMS, het Medezeggenschapsreglement en het (verouderde) Medezeggenschapsstatuut, dat:

           het bevoegd gezag zonder uitnodiging aanwezig is bij GMR-vergaderingen;
           het bevoegd gezag de schooldirecteuren uitnodigt voor de overlegvergaderingen met de GMR;
           het bevoegd gezag met de GMR-leden communiceert door hen te benaderen door tussenkomst van de schooldirecteuren;
           het bevoegd gezag de schooldirecteuren opdraagt individuele GMR-leden aan te spreke op hun doen en laten als GMR-lid;
           het bestuur door tussenkomst van de schooldirecteuren aan individuele GMR-leden vraagt afstand te nemen van hetgeen de GMR-voorzitter heeft gezegd in een GMR-vergadering
           het bevoegd gezag zonder medewerking en zonder enig vooroverleg met de GMR individuele GMR-leden benadert met een vragenlijst ter evaluatie van de GMR, mede in relatie tot het bevoegd gezag.


De Geschillencommissie  deed over de voorgaande verzoekpunten geen duidelijke uitspraak, hield het bij een juridische exercitie over openbaarheid van vergaderingen met mitsen en maren, maar verwees voor de overige concrete verzoekpunten naar de Ondernemingskamer van de Rechtbank.

De reactie van de algemeen directeuren de heren D. Scholte en H. Uri is typerend voor de benaderingswijze van medezeggenschap bij Meerwerf. Bij brief van 27 februari 2012 (pagina 1, pagina 2) richtten zij zich voor informatieverschaffing over het Geschil voornoemd tot de schooldirecteuren en alle teamleden n.a.v. de uitspraak van de Geschillencommissie op 15 december 2011. Na weergave van de geschilpunten tussen GMR en het Meerwerf Bestuur volgde een opsomming van de uitspraak in zeven punten. Over de eerste 2 geschilpunten is inmiddels een discussie tussen onderwijsjuristen ontstaan (zie daarvoor de eerste kolom van artikel School & Wet, waarin blijkt hoever het bevoegd gezag t.o.v. de GMR wil gaan). Over de geschilpunten 3 t/m 7 in de brief werd aangegeven, dat de Commissie zich niet bevoegd acht en geen uitspraak doet. Kennelijk geeft dat de algemeen directeuren D. Scholte en H. Uri van Meerwerf het gevoel, dat daarmee de weg vrij is voor een (bijna) niet mis te verstane beoordeling van de handelwijze van de GMR. 

Citaat einde brief van de algemeen directeuren D. Scholte en H. Uri:

“Tenslotte moeten we vaststellen, dat deze procedure aan juridische ondersteuning € 10.000 heeft gekost. € 7.500 voor de door de GMR ingeroepen juridische ondersteuning door het Advocatencollectief te Utrecht en € 2.500 voor juridische ondersteuning van het bevoegd gezag door Leeuwendal – VOS/ABB te Woerden. We nemen aan, dat iedereen zelf kan beoordelen of hier sprake is van nuttig bestede middelen.”


Enige conclusies m.b.t. de uitvoering van de WMS bij de Stichting Meerwerf:

a.         De WMS biedt in de praktijk onvoldoende zekerheid, dat een (G)MR, in dit geval bij de Stichting Meerwerf, een gelijkwaardig partner en tegenkracht kan zijn voor het bevoegd gezag. Zie Pleitnota.

b.         Met name de personeelsgeleding van de (G)MR -en bevindt zich in een merkwaardige situatie. Enerzijds heeft de geleding “medezeggenschap”, maar anderzijds kan zij door bestuur/directie worden aangesproken in een arbeidsrechtelijke verhouding met alle mogelijke consequenties van dien.

c.         Aantoonbaar zijn personeelsleden van de GMR van Meerwerf aangesproken op hun uitingen (ook) door schooldirecteuren namens het bevoegd gezag. Het gaat bij deze functionarissen dus om “verlengstukken” van het bevoegd gezag, die in het kader van de WMS geen enkele functie hebben, dus strijdig handelen met de wet.

d.         De bevoegdheden van de Geschillencommissie en daarmee de nuttige functie in geval van meningsverschil tussen Bevoegd gezag en GMR van de Geschillencommissie kent zijn beperkingen. In alle 7 geschilpunten, die cruciaal zijn voor de GMR van Meerwerf blijft deze met lege handen staan, omdat de Geschillencommissie zich niet bevoegd acht en voor de GMR alleen de moeizame weg naar de Ondernemingskamer van de Rechtbank over blijft.

e.         De inhoud van de brief van de algemeen directeuren van 27 februari 2012  en met name het slot daarvan onderstreept nog eens in welke positie de GMR  door de onbevredigende uitspraak van de geschillencommissie is gemanoeuvreerd. Over checks en balances gesproken…..


In CBOO bericht week 39: Openheid en transparantie bij Bevoegd Gezag Meerwerf en Gemeentebestuur Den Helder.





Opfriscursus CBOO-visitatoren


Op 25 september a.s. komen vanaf 14.00 uur in het AOb gebouw te Utrecht enige tientallen CBOO-visitatoren bijeen voor een zogenaamde opfriscursus. De bedoeling is, dat ze worden bijgepraat over actuele zaken m.b.t. het openbaar onderwijs in een inleiding die verzorgd wordt door Prof. Dr. R.A.P. Tielman – voorzitter CBOO, kennis nemen van geactualiseerde visitatiedocumenten en ervaringen uitwisselen die ertoe bijdragen, dat de output van de visitatiegesprekken wordt geoptimaliseerd. De scholen die in een rooster staan voor visitatie, maar waar nog geen gesprekken hebben plaatsgehad, ontvangen de geactualiseerde documenten per mail.





De VOS/ABB over openbaar onderwijs


Reeds geruime tijd heeft de VOS/ABB een eigen site ‘openbaar onderwijs’.

Daarop staan o.a. de kernwaarden, zoals de VOS/ABB die hanteert voor het openbaar onderwijs. Heel aardig is om deze kernwaarden ('normen en waarden' aanklikken) eens te vergelijken met de toepassing in de praktijk op een openbare VO-school in Ede. Daarvan is een filmpje van ruim 4 minuten gemaakt.

Kernwaarden en het filmpje kunt u HIER bekijken.





4,8 Miljoen Euro voor Scholingsboulevard


De gemeente Enschede moet 4,8 miljoen euro steken in de Scholingsboulevard, een samenwerkingsverband van drie scholen, om te voorkomen dat de corporatie failliet gaat. In dat geval zou het onderwijs van 1.600 leerlingen gevaar lopen. Drie miljoen euro is nodig voor de exploitatie van het gebouw, 1,8 miljoen om een van de deelnemende scholen overeind te houden, schreef NRC Handelsblad op 15 september jl.

Lees HIER verder.




Inschrijving WMS congres 2012 geopend


Op woensdag 21 november 2012 organiseert Stichting Onderwijsgeschillen alweer het 6e landelijke WMS congres onder de titel ‘Verder op weg met de WMS’. Het congres vindt plaats in de Reehorst in Ede en is bestemd voor (G)MR-leden (personeel- ouder- en leerlinggeleding), bestuur en management (bevoegd gezag en directie), beleidsmakers en andere geïnteresseerden. Tijdens de plenaire opening worden de jaarlijkse MR-prijzen uitgereikt. Na het plenaire deel vinden er drie ronden workshops plaats. Als deelnemer volgt u een individuele route afgestemd op uw interesses.

Lees HIER verder.

 




NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).