START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008                2009                2010
                2011                2012                2013               2014
m

week:
2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 15 - 16 - 17 - 20 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 36 - 37 - 41 - 42 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 50 - 51



23 januari 2013
                                                                     WEEKBERICHT WEEK 4


Openbaar onderwijs toont lef!

(ingezonden mededeling)


Hoe? Door bewust te kiezen voor een methode levensbeschouwing, die speciaal ontwikkeld is voor het openbaar onderwijs: Heb t’ Lef! Heb ’t Lef! maakt kinderen spelenderwijs vertrouwd met levensvragen en levensbeschouwingen, democratisch burgerschap en sociale integratie  en is ontwikkeld door onderwijsspecialisten in de regio Twente. De methode speelt in op de toenemende behoefte van openbare scholen om, in plaats van een grijze neutraliteit, waar iedere levensbeschouwing op een passieve wijze “gerespecteerd” wordt, te opteren voor een actieve pluriforme zienswijze. Actieve pluriformiteit impliceert openheid, dialoog en ontmoeting, het samen nadenken vanuit een vragende houding, het leren luisteren naar elkaar en je leren verplaatsen in elkaar. Het wil kinderen stimuleren tot het maken van eigen keuzes.

Klik HIER voor meer informatie.






De Plaats van het HAVO


In de column van GymnasiumNu van 14 januari 2013 schreef J.C. Traas de volgende analyse van de wederwaardigheden van het HAVO:


In NRC Handelsblad van 28 december 2012 schreef Leo Prick een artikel dat nogal wat vragen oproept. Prick maakt zich zorgen over de havo-opleiding. De havo heeft een  ‘imagoprobleem’ en het is te moeilijk geworden om na de havo door te stromen naar het vwo. Daarvan worden, meent Prick, vooral leerlingen met een sociaal zwakke achtergrond de dupe.

Het is misschien goed om nog eens terug te kijken naar het ontstaan van de havo. Ik heb daartoe het boekje geraadpleegd ‘De mammoetexperimenten, van v.h.m.o. en u.l.o. naar v.w.o./h.a.v.o./m.a.v.o., eindverslag van de commissie v.w.o./h.a.v.o./m.a.v.o., ’s Gravenhage 1974.’ Eigenlijk zou dit verslag in zijn geheel nog eens gelezen moeten worden door bewindslieden, schoolleiders en leraren. De havo, zo maakt dat rapport duidelijk, was in de Mammoetwet het enige echte nieuwe schooltype, ‘ingeschoven tussen atheneum en m.a.v.o.’ Immers, het zesjarige atheneum was de opvolger van de vijfjarige h.b.s. Want, 80% van de geslaagde h.b.s. ers deed zes jaar over de opleiding en men wilde het zittenblijven sterk terugdringen. Weliswaar zou het vakkenpakket van de havo (en van het vwo) veel minder breed worden maar dat wilde men compenseren door meer diepgang in de overgebleven vakken. De havo werd ook gezien als een opvolger van de m.m.s., de middelbare school voor meisjes, met een niveau dat tussen h.b.s. en u.l.o. inlag. Een belangrijke wijziging was, dat waar de vroegere h.b.s. zowel toelating gaf tot wetenschappelijk onderwijs als tot hoger beroepsonderwijs, de havo alleen gericht was op het hoger beroepsonderwijs.

In het kort samengevat, belangrijke doelstellingen van de mammoetwet waren: het rendementsprobleem oplossen, meer differentiatie mogelijk maken en de doorstroming verbeteren. Achteraf is het makkelijk vast te stellen dat er van verschillende kanten druk werd uitgeoefend op de havo. De mavo-scholen waren bang dat ze hun beste leerlingen kwijt zouden raken aan de havo – wat ook vaak gebeurd is – en de vwo-afdelingen wilden alleen maar de beste havo-leerlingen als doorstromers. Het geheel werd nog gecompliceerder doordat de betekenis van de eindexamens ging zweven en doordat de scholen meer autonoom werden. Bij daling van het leerlingenaantal werd het verleidelijk om meer leerlingen op een hoger niveau toe te laten dan voorheen gebruikelijk was en de havo vervulde daarbij een belangrijke rol. De eindniveaus van havo-leerlingen daalden soms aanzienlijk maar ja, kon men zeggen, het hoger beroepsonderwijs heeft altijd wel een plaatsje voor zwakke havo-abituriënten…

Als nu Leo Prick zegt dat het niet mogelijk is om leerlingen goed te determineren voor een bepaalde opleiding, heeft hij gedeeltelijk gelijk. Echter, in een stabiele situatie met duidelijke eindtermen kan wel degelijk redelijk goed gedetermineerd worden, dat wil zeggen, het niveau bepaald waarop een leerling het best tot zijn recht komt. Ouderwetse hoofdonderwijzers zaten er niet vaak naast. Maar, in een meritocratie geldt I+ E =M, ofwel Intelligence plus Effort is Merit, d.w.z. de intellectuele capaciteiten plus ijver bepalen het eindresultaat. In de praktijk kan dat betekenen dat een ‘goede’ havo-leerling, die zich extra inspant, ook het vwo kan halen. Maar, zolang er veel verschil is tussen de scholen in programma’s en eisen is het helaas moeilijk goed te determineren en te voorspellen. Alleen al door het volgende: veel leerlingen, ook in de bovenbouw, doen nauwelijks aan huiswerk. Er wordt gewoon niet hard genoeg gewerkt waardoor het niveau onder druk staat. Los daarvan moet opgemerkt worden dat het misschien helemaal niet gewenst is dat steeds meer leerlingen een ‘algemeen vormende’ opleiding gaan volgen. Het zou beter zijn, zo klinkt steeds vaker vanuit het bedrijfsleven, als veel meer leerlingen een goede technische opleiding volgden. Anders hebben we straks wel heel veel jonge mensen met een ‘hogere’ opleiding, maar ook veel jonge werklozen, met diploma.


Tot zover de heer J.C. Traas in zijn analyse.

De vraag is of de lezers van deze interessante column deze analyse delen. Het CBOO is zeer geïnteresseerd in uw mening. Mailt u die naar info@cboo.nl  Een palet van meningen wordt dan geplaatst in een volgend CBOO bericht. dat kan vervolgens tot een interessante discussie leiden.

     




Het Begeleiden en Beoordelen van Waarden van Leerlingen


Docenten geven vanuit hun pedagogische verantwoordelijkheid regelmatig een oordeel over de waarden van leerlingen. Dit oordeel wordt gegeven tijdens de begeleiding van leerlingen, maar kan ook doorwerken in de formele beoordeling van leerlingen in cijfers en rapporten.  Waarden zijn normatieve ideeën over wat goed en slecht is, bijvoorbeeld zelfdiscipline, rechtvaardigheid, kritisch nadenken. Waarden zijn dus subjectief, en er kan verschillend over worden gedacht.

In dit onderzoek willen we er achter komen hoe docenten omgaan met waarden in de begeleiding en  beoordeling  van hun leerlingen. Wij leggen een aantal vragen voor waarop u kunt aangeven in hoeverre u het er mee eens bent of niet. Verder willen wij  graag ook voorbeelden horen van knelpunten, geslaagde of juist mislukte aanpakken, en suggesties voor verbetering. Het onderzoek kan bijdragen aan meer inzicht in het pedagogisch handelen van docenten. Het onderzoek vindt plaats in het kader van het Kortlopend OnderwijsOnderzoek.  De verwerking is uiteraard anoniem.

U kunt starten met invullen van de vragenlijst via DEZE LINK.

Met dank voor uw medewerking

 

Prof. dr. Wiel Veugelers

Dr. Jaap Schuitema

Universiteit van Amsterdam
  


Andere schooltijden

(ontleend aan AOb-nieuwsbrief)


De schooltijden in het basisonderwijs sluiten niet aan op de wensen van de hedendaagse samenleving, vinden sommige ouders, leerkrachten, werkgevers en het Ministerie van OCW. Anderen zeggen dat het veranderen van de schooltijden om een cultuuromslag vraagt. De AOb gaat in op de vraag of deze cultuuromslag al is ingezet en wat de toekomst gaat brengen. Voordat er bij u op school andere schooltijden ter discussie staan, is het goed om te weten wat de voor –en nadelen zijn en waar u het met elkaar in het team over moet hebben.

Lees HIER verder.





Leraar met aanzien als rechter en arts

(ontleend aan Science Guide nieuwsbrief nr. 3)


Het Amerikaanse onderwijs moet radicaal op de schop, vindt onderwijsminister Arne Duncan. De professionaliteit van de docent, die moet voorop komen. Hoe? Met fikse investeringen en scherpe lessen uit de ‘Teachers Summit’ die nu naar Amsterdam komt. Lessen ook voor Nederland?

Duncan komt daarom met het programma getiteld RESPECT wat staat voor: Recognizing, Educational, Success, Professional Excellence, and Collaborative Teaching. Dit programma moet het leraarschap weer een hernieuwd gezicht geven. Zodat de docent het aanzien krijgt die een arts, ingenieur of rechter ook ten deel valt. Waarom zou het meest belangrijke werk voor de samenleving, ook niet de meeste waardering kunnen krijgen van die zelfde samenleving?

Dit is de tweede publicatie in een reeks van ScienceGuide in aanloop van de International Summit on Teaching Profession, die 13 en 14 maart in Amsterdam wordt gehouden, interessante programma’s en leerzame initiatieven worden belicht die in verschillende landen gestart zijn rondom de vernieuwing van het leraarschap. De eerste keer was de blik gericht op Finland met zijn innovatieve manier van peer-review group mentoring, deze keer kijken we naar de V.S.

Lees HIER verder.






Mijn ID


Het CBOO maakt met de onderwijsbonden AOb en CNVO  en Edudivers deel uit van de Onderwijsalliantie Seksuele Diversiteit (OSD). Gezamenlijk zijn de onderwijsorganisaties en Edudivers de campagne ‘Mijn ID’ gestart:


De campagne Mijn ID, waarbij de naam staat voor zowel idee als identiteit, bevordert dat iedereen zichzelf kan zijn op school. Hoewel er specifieke aandacht is voor transgenders, homo- en biseksualiteit is dit niet de enige focus. De campagne wil alle lagen van de schoolwereld betrekken zodat de kans op het veiliger worden van scholen zo groot mogelijk is.

Sociale veiligheid
Het is voor jongeren belangrijk dat ze zichzelf kunnen zijn op school, ook als ze zogenaamd “anders” zijn. Scholen zijn opgeroepen om deel te nemen aan de Mijn ID minicampagne. Om te bekijken hoe het er voor staat met de sociale veiligheid kan de school een kerngroepje van docenten of leerlingen samenstellen. Deze kunnen een zelftest op internet invullen om te bekijken waar ze staan op het gebied van sociale veiligheid. Ze kunnen ook een mini ID campagne uitvoeren op hun school. Het minicampagnepakket bestaat onder andere uit: triggerposters, een leerlingenzuil, lestips voor docenten en gebruikers handleidingen en een onderzoeksles. De onderzoeksles kan gegeven worden door docenten, Edudivers-voorlichters of door een lokale voorlichtingsgroep. Deze onderzoeksles maakt gebruik van aangepaste werkvormen van de lessenserie ‘Respect2Get=2Give’, welke origineel is ontworpen voor allochtone leerlingen. In deze onderzoeksles maken leerlingen een identiteitscollage waarmee ze verschillende onderdelen van hun identiteit uitdrukken. In de les wordt de verbinding gemaakt tussen identiteit en homoseksualiteit om verbondenheid en betrokkenheid op een dieper niveau te creëren.

Voice-OUT
Voice-OUT is ontwikkeld door vier internationale organisaties in het NISO project. Het is een spel dat de mensenrechten en seksuele diversiteit centraal stelt. Door het spel krijgen de leerlingen een stem om zich uit te spreken over mensenrechten en anti-homofobie op school maar ook breder, zoals in de media.

Intentieverklaring
Wanneer scholen een onderdeel van de minicampagne hebben uitgevoerd kunnen ze een Mijn ID intentieverklaring maken en mogen ze gebruik maken van het logo. De intentieverklaring laat zien dat de school actief bezig is met sociale veiligheid en het welzijn van seksueel diverse leerlingen.

Overzicht van actieve scholen
Op de website van EduDivers kunnen ouders en leerlingen bekijken welke scholen actief bezig zijn met de sociale veiligheid en diversiteit. Het doel van de campagne is om alle scholen in Nederland, van basisscholen tot HBO, aan te zetten tot actie. Door een duidelijk overzicht te geven van welke scholen actief bezig zijn met diversiteit en sociale veiligheid is er voor ouders en (toekomstige) leerlingen de mogelijkheid om scholen hierop te selecteren. Om te zorgen dat er actie plaatsvindt in de scholen zijn er ambassadeurs nodig.

Mijn ID ambassadeurs
Mijn ID ambassadeurs zijn vrijwilligers die meewerken aan de Mijn ID campagne. Het kunnen leerlingen, docenten, ouders of andere mensen van binnen of buiten de school zijn die interesse hebben voor een veilige situatie in het onderwijs.
De taken van een ambassadeur zijn heel divers. Ambassadeurs gaan in gesprek met scholen, docenten, leerlingen, schoolleiders, ouders en bestuurders. Daarna kan de ambassadeur de school stimuleren om goed na te denken over de situatie op school en om actie te ondernemen. Ook is de ambassadeur in bezit van een koffertje met informatie, krijgen hij/zij een starttraining en regelmatige updates.
Mijn ID ambassadeurs moeten open en nieuwsgierig zijn en gelijkwaardige gesprekken kunnen voeren met mensen met eventueel andere meningen. Het is van belang dat de ambassadeurs niet de drang hebben om mensen te overtuigen van hun eigen gelijk, maar dat ze in een gelijkwaardig gesprek bekijken hoe ze de schoolsituatie kunnen verbeteren.

Internationale benadering
De ambassadeurs worden gestimuleerd om lid te worden van de organisatie GALE (Global Alliance for LGBT Education). Deze organisatie zorgt voor een verbinding met initiatieven uit andere landen waarvan de ambassadeurs kennis kunnen opdoen. Ook kunnen ze via GALE deelnemen aan buitenlandse activiteiten.

Positieve reacties
Peter Dankmeyer, directeur van organisator EduDivers, geeft aan dat de eerste reacties heel positief zijn. “Men vindt het mooi dat het geen antihomofobie campagne is maar dat het breder inbed in jezelf zijn.” Hij geeft aan dat docenten graag wat willen doen aan de sfeer op hun school maar dat hun eerste mogelijkheid toch is om iets in hun eigen klas te doen. Het breder aanpakken is vaak nog lastig voor hen.
Elk jaar reikt de Onderwijsalliantie prijzen uit voor de school met de meest zinvolle aanpak. De keuze wordt gemaakt op basis van de verhalen en ervaringen van de Mijn ID ambassadeurs.

Aandacht en rol voor nieuwe (sociale) media
Via de website hebben ambassadeurs toegang tot een database waarin informatie te vinden is over de aanpak van andere scholen en waar ze informatie uit kunnen wisselen.

Kansen voor de jeugdgezondheidszorg
Jongeren als geheel bekijken. Een veilige situatie op school kan veel sociaal-emotionele en daarmee ook gezondheidsproblemen voorkomen. Door aandacht te besteden aan de jongere als persoon door te zorgen dat de school een veilige omgeving is, kan een tiener optimaal groeien in zijn middelbare schooltijd.


Klik HIER voor meer informatie.

 




NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).