START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008              2009              2010
              2011              2012              2013              2014             2015             2016
m

week:
2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 17 - 18 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 27 - 36 - 39 - 40 - 42 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 50 - 51



11 maart 2015      
                        WEEKBERICHT WEEK 11



Dialoog?


In CBOO-bericht week 10 reageerde het CBOO op het visiestuk van VOS/ABB. In dit stuk vraagt VOS/ABB om reacties en geeft VOS/ABB voorzitter Ritske van der Veen aan dat het stuk bedoeld is om de dialoog over de toekomst van het openbaar onderwijs te starten. Het CBOO ging daar graag op in (week 10, 2e onderwerp).

Het bestuur van het CBOO zag het starten van de discussie over identiteit en het plaatsen daarvan in de 21e eeuw als positief, maar wees wel op enkele feitelijke onjuistheden naast punten waar het CBOO, als vertegenwoordiger van alleen openbaar onderwijs, van mening verschilt met VOS/ABB. Daarnaast nodigde het CBOO VOS/ABB (en de VOO) uit om een positieve bijdrage te leveren aan de oproep van VOS/ABB-voorzitter Ritske van der Veen om de dialoog hierover te starten door VOS/ABB te vragen zitting te nemen in het CBOO- bestuur. Het CBOO is immers een netwerkorganisatie met rechtspersoonlijkheid, waarin alle geledingen vertegenwoordigd (kunnen) zijn, dus ook bestuur en management.

De VOS/ABB laat met zijn reactie op de argumenten van het CBOO-bestuur zien dat zij de openbare identiteit gelijk schakelt met algemeen bijzonder onderwijs en helemaal geen dialoog over de verschillen wenst aan te gaan. Daarmee gaat VOS/ABB voorbij aan zowel een belangrijke kernwaarde van het openbaar onderwijs (zoals bijvoorbeeld de wettelijke verankering die het openbaar onderwijs heeft met de plaatselijke overheden en de democratische traditie binnen het openbaar onderwijs), maar ook aan de kernwaarden van het algemeen bijzonder onderwijs. Er is in de ogen van het CBOO een goede dialoog en algemene discussie nodig om de verschillen tussen algemeen bijzonder onderwijs en openbaar onderwijs te kunnen overbruggen, als dat al mogelijk is. Algemeen bijzondere scholen zouden er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om enkele fundamentele stappen te zetten en openbare scholen te worden. Het CBOO begrijpt dat dit voor een besturenorganisatie als VOS/ABB, die naast openbare besturen ook algemeen bijzondere besturen vertegenwoordigt, moeilijk is maar als enige belangenvertegenwoordiger van het openbaar onderwijs hecht, wijst CBOO op een aantal verschillende vertrekpunten. Het gebruik van het versluierende begrip “algemeen toegankelijke scholen” door de VOS/ABB naast openbare scholen lost dat probleem niet op. Juist openbare scholen zijn algemeen toegankelijk. Het openbaar onderwijs heeft immers een rijke historie en daarin verankerde principes waar men niet zomaar aan voorbij kan gaan.

Het leek even alsof het visiestuk van VOS/ABB de dialoog over identiteit in de 21e eeuw wilde startte, maar blijkbaar wil men een echte dialoog daarover niet voeren. Uit de VOS/ABB-reactie met wat stigmatiseringen van het CBOO blijkt dat VOS/ABB de inhoudelijke discussie uit de weg gaat, waarmee deze organisatie voor bestuur & management in de ogen van het CBOO laat zien dat het de belangen van openbaar onderwijs niet serieus genoeg neemt.






Docenten werden de sukkels van de werkvloer

Onder deze kop gaat columnist Aleid Truijens in de Volkskrant van 7 maart jl. in op een paar aspecten van de huidige situatie in het onderwijs en op de vraag hoe het allemaal zo gekomen is. CBOO-voorzitter drs. Louis Jongejans heeft het stuk ook gelezen en plaatst een aantal kanttekeningen:


Als je het artikel van Aleid Truijens leest, zien we wat het Schevenings Beraad van 1994 heeft opgeleverd. Men dacht destijds dat de verzelfstandiging van ook het openbaar onderwijs zou leiden tot meer efficiency en flexibiliteit, mede door de genoemde marktwerking. Over het artikel zijn twee kanttekeningen te maken.

Ten eerste is het jammer dat door elkaar loopt dat het onderwijs veranderen moet en dat we met elkaar gekozen hebben voor een bestuursvorm van zelfstandige stichtingen in de semi private sector. Het onderwijs moet namelijk wel degelijk veranderen en inspelen op de toekomst van de leerlingen. Iedereen die een kleinzoon zijn opa ziet helpen met de smartphone weet dat dat onontkomelijk is, willen we onze huidige leerlingen voorbereiden op hun toekomst. De laatste keer dat zij een woordenboek raadplegen, is op hun centraal examen op de middelbare school want zeg nou eerlijk: zelf zoek je ook alles via Google op. Die onderwijsvernieuwing moeten we samen met docenten en wetenschappers, die de nieuwe gewenste vaardigheden bezitten, zeker gaan vormgeven. Anders gaan we nooit tot de zogenoemde kennismaatschappij behoren en beperken we de concurrentiepositie van onze West-Europese samenleving. We moeten daarbij goed nadenken of we leerlingen de juiste kennis en vaardigheden wel bijbrengen (is die relevant voor hun toekomst of zegt het meer over hoe wij zelf onderwijs genoten hebben); of we ze wel de juiste vakken aanbieden op de juiste manier, of dat er wel zoveel moeten zijn als we op dit moment doen (Wij zijn het land met de meeste CE-vakken; alle andere Europese landen hebben er maar 4) en of de onderwijstijd wel een factor is die van belang is. De overheid zou zich ook op “lange termijn denken” kunnen richten. Wat hierbij hoort, is dat we moeten stoppen het onderwijs tot speelbal te maken van “korte termijn denken”. Denk aan de onderwijstijd; de rekentoets; de taaltoets etc. Als je de professional serieus neemt, zou de overheid zich met de randvoorwaarden en hoofdlijnen en niet met de inhoud moeten bemoeien. Naar die inhoud van ons toekomstig onderwijs zou een groep (jonge) docenten en wetenschappers onderzoek moeten doen met als centrale vraag: wat heeft de huidige brugklasser of groep 1-leerling nodig aan kennis en vaardigheden om te maken dat Nederland echt een kennismaatschappij kan worden? Het punt is dat zo’n platform momenteel ontbreekt. Er wordt wel gepraat met bestuurders (VO-raad) maar niet met docenten en wetenschappers. Als het over inhoud gaat, zouden we die structureel aan elkaar moeten koppelen. De overheid heeft overigens daarnaast wel degelijk een taak, namelijk d.m.v. kaders eisen dat daar aan gewerkt wordt en ervoor zorgen dat de verworvenheden van onze samenleving goed geborgd worden.

De tweede kanttekening is dat er onderzoek gedaan moet worden naar hoe we het onderwijs georganiseerd hebben. Het Schevenings beraad heeft vast doelen gehad. Zijn deze behaald? Heeft het onderwijs daardoor de flexibiliteit gekregen om met de professionals in te spelen op veranderingen in de samenleving en kan de overheid zich wel onttrekken aan bemoeienis als het gaat om die kaders waarbinnen professionals hun werk moeten doen en de waarden die men wil borgen. Of is het zo dat professionals te veel gereduceerd zijn tot uitvoerders van wat anderen, soms ook nog ongehinderd door enige kennis van zaken, voor hen bedenken? Het ad hoc invoeren van een rekentoets, omdat iemand of een belangenorganisatie weer wat roept, is een mooi voorbeeld van hoe het niet moet. Daarbij komt dat onze samenleving sterk veranderd is in de afgelopen 10 jaar. ICT-technologie maakt dat die veranderingen elkaar in een rap tempo opvolgen. De vraag is of de huidige organisatievorm de flexibiliteit heeft om daarop in te spelen en of er een platform is waarbij de professionals elkaar ontmoeten om de inhoud van het onderwijs te kunnen bepalen. Doen we dat niet, dan missen onze brugklassers over enkele jaren de positie die zij in een concurrerende wereld moeten kunnen innemen.

Het CBOO is van mening dat daar onderzoek naar gedaan moet worden. Er moet een organisatievorm komen waarbinnen professionals goed hun werk kunnen doen, inspelend op wat onze jongeren in hun toekomst nodig hebben en waarbij de verworvenheden van de samenleving goed belegd zijn in openbaar onderwijs met gelijkwaardigheid van allen ongeacht afkomst en/of geaardheid; met democratische vormen van overleg en een overheid die dit kan borgen. Dit is belangrijk want de toekomst van ons land hangt daarvan af (en er is bovendien veel overheidsgeld mee gemoeid). De huidige organisatievorm leidt ertoe, dat de overheid (bijna) alleen in gesprek is met bestuurders. We moeten ons afvragen of er daarnaast een platform kan komen waar het niet gaat over organisatorische belangen maar over onderwijsinhoud; een platform voor de professionals (docenten en wetenschappers) zodat men kan aangeven wat onze jongeren nodig hebben en wat in de uitvoering daarvan haalbaar is (The Quest in Toronto, Canada laat zien wat bereikt kan worden als je dat wel doet). Daar komt bovendien bij dat de verworvenheden van onze samenleving goed geborgd moeten worden. De openbare onderwijsvorm kan daarop bijgesteld worden, omdat die al een verankering, als is deze erg klein, in de samenleving heeft (de grondwettelijke band tussen openbaar onderwijs en overheid). Wat het CBOO betreft moeten we niet op zoek naar de school van morgen, maar naar het openbaar onderwijs van morgen zodat we kaders scheppen waarin jongeren goed worden toegerust op hun toekomst en er tevens borging is van verworvenheden waarvoor we in Nederland in de afgelopen honderd jaar zo hard gestreden hebben.


 



Over eindverantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs


Al jaren bestaat er bij zeer velen onduidelijkheid over de vraag of gemeenten wel/niet eindverantwoordelijkheid hebben voor het openbaar onderwijs als het daarmee mis gaat. Wie daaraan twijfelt moet maar eens in Rotterdam langs gaan. Daar wordt nu hard gewerkt om de onderwijsstichting voor openbaar primair en voortgezet onderwijs BOOR weer sterk te maken. Aantoonbaar heeft verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in Rotterdam ervoor gezorgd, dat gemeente en het Rijk, dus de belastingbetalers, een aantal jaren geleden bij moesten springen omdat de toenmalige bestuurlijke onderwijselite bij BOOR tot 2012 te weinig gecontroleerd jaren zijn gang kon gaan. In de NRC van 9 maart jl. stond een artikel, waaruit de indruk kan ontstaan, dat BOOR nog steeds met problemen kampt.

Het algemeen bestuur van BOOR reageert op de eigen website in een nieuwsbericht als volgt: reactie bestuur BOOR

In gesprekken met CBOO-vertegenwoordigers heeft BOOR-bestuursvoorzitter Philip Geelkerken meerdere keren aangegeven, dat de lijn die is ingezet na vertrek van directeur W. Blok zich kenmerkt door een intensief en frequent contact met de gemeente Rotterdam. Daarin is niet alleen sprake van verantwoording afleggen over financiële cijfers, maar is ook  actief onderwijsbeleid onderdeel van de gesprekken tussen het bestuur van BOOR en de gemeente Rotterdam. Een dergelijke werkwijze strekt volgens het CBOO andere openbare schoolbesturen tot voorbeeld.

Het CBOO vraagt zich af, waarom dit soort zaken nog steeds onvoldoende aandacht van de regering en de Tweede Kamer heeft en men daar nog steeds doorgaat met beleid dat verantwoordelijkheid bij de overheid weg haalt, maar de burger eventueel wel ten volle laat opdraaien voor onvoorziene kosten daarvan. De komende tijd gaat het CBOO zich sterk concentreren op de vraag hoe regering en parlement weer meer bij de (onderwijs)les kunnen worden betrokken. Als dat lukt, is voor de burger met kinderen in het onderwijs de overheid op de verschillende bestuursniveaus weer de partner, die men ook kan aanspreken over onderwijs.






De provincie weer terug als actor op het beleidsterrein onderwijs?


Hiervoor pleit de VOS/ABB  in een nieuwsartikel van 10 maart jl.

Het CBOO deelt de mening van VOS/ABB, dat het tijd wordt om ook het bijzonder onderwijs onder extern toezicht van de overheid te plaatsen. Het VOS/ABB-artikel geeft het waarom daarvan uitstekend weer. Het CBOO heeft echter al eerder te  kennen gegeven niet enthousiast te zijn over het voorstel van de VOS/ABB het extern toezicht bij de gemeenten weg te halen en deze bij de provincies te leggen. Toch verdient dit voorstel nadere doordenking. Het CBOO komt hier in zijn berichtgeving binnenkort op terug.
 




NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).



LET OP!!!! NIEUW PRIVE-EMAILADRES!!   CBOO-secretaris M. Hietbrink is bereikbaar op:

030 - 298 91 67

mob: 06 - 539 744 37
email: info@cboo.nl of mhietbrink1948@gmail.com