START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008              2009              2010
              2011              2012              2013              2014             2015             2016
m

week:
2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 17 - 18 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 27 - 36 - 39 - 40 - 42 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 50 - 51



17 juni 2015      
                             WEEKBERICHT WEEK 25


Nieuw perspectief voor kleine scholen


In verschillende CBOO-berichten is inmiddels aandacht besteed aan de bestuurlijke vormgeving  van  kleine scholen die door het eigen bestuur niet meer als financieel rendabel worden beschouwd en dus dreigen te worden gesloten. Gedacht  wordt aan verenigingen van maximaal 7 scholen, omdat  anders het overzicht verloren gaat. 

Op zich is die  kleinschaligheid een sympathieke gedachte. Scholen van verschillende  denominaties kunnen erin worden ondergebracht. Het is een gouden kans om de vereniging als bestuursvorm in de praktijk te testen. Maar er is nog een andere kans. De liberale hervormer  Thorbecke zette in de 19 e eeuw  het rijks voortgezet onderwijs op met de gedachte om te beschikken over een netwerk van informatiepunten gespreid over  Nederland om aldus meteen de effecten van het eigen beleid te kunnen meten en daar voordeel mee te doen.

Het netwerk van kleinschalige verenigingen kan op die manier op een transparante manier verantwoording afleggen aan een kleine op te zetten dienst rijks PO, net zoals dat tot 1993 gebeurde bij de dienst RVO. Met die dienst was niets mis. In samenwerking met een rijksinkoop bureau werd aan de betrokken rijks HBS-en optimaal en via korte lijntjes diensten verleend. De politieke trend van die jaren ging een andere kant uit. Nu er een situatie dreigt,  waarin om financiële redenen schoolbesturen kleine scholen afstoten met alle sociale gevolgen van dien, is er voor de rijksoverheid voor die categorie weer een actieve rol weggelegd. Dat is ook nodig omdat anders geprivatiseerde schoolbesturen, ondersteund  door de PO Raad, initiatieven van ouders voor behoud van kleine scholen de kop in willen drukken. Het kost hen immers leerlingen? Als de overheid zijn regierol oppakt is er veel gewonnen.

Verenigingen van kleine scholen garanderen de betrokkenheid van alle geledingen in de scholen. Daarnaast wordt er vanuit deze scholen volledig open verantwoording afgelegd aan de faciliterende overheid, die tegelijkertijd inzicht heeft in wat het onderwijs van die verenigingen nodig heeft. Tegelijkertijd hoeft de overheid niet meer behoedzaam om te gaan met het duaal stelsel, waarvan de achterhaaldheid steeds zichtbaarder wordt. Voor  informatie over de nieuwe verenigingen, klik HIER.

 




Het CBOO in de pers

Klik HIER voor een artikel in de Leeuwarder Courant van 15 juni jl.






Wordt de overlegbalans in onderwijsland hersteld?


Bij onderwijs zijn veel actoren betrokken: bestuurders, raden van toezicht, locatiedirecteuren, onderwijspersoneel, ouders en natuurlijk de leerlingen/studenten waarvoor het allemaal is bedoeld. Onderwijs wordt gefinancierd vanuit de belastingopbrengsten. Over de besteding van dit geld overlegde MinOCW tot 1994 in de zogenaamde Centrale Commissie Onderwijsoverleg (CCOO). In die commissie waren besturenorganisaties, ouderorganisaties en personeelsorganisaties vertegenwoordigd die in onderling overleg met elkaar tot overeenstemming moesten zien te komen om aldus naar het ministerie in een zekere mate van eensgezindheid aan te geven hoe dat geld zou moeten worden besteed. Alhoewel dit eindeloos polderen betekende, was het voordeel van het systeem dat de partners bestuurder, personeel en ouders gelijkwaardig waren en elkaar ook nodig hadden in de beïnvloeding van MinOCW.

Het Schevenings Akkoord maakte aan dit systeem een eind. De overheid (MinOCW) trok zich terug en kondigde aan dat de besluitvorming over onderwijsbeleid dichter bij het onderwijsveld zou moeten plaats vinden. Daardoor zouden de ‘scholen autonomer worden’. Het pakte anders uit. Autonoom werden de schoolbesturen die voor de sectoren PO, VO, MBO en HBO werden voorzien van overkoepelende organisaties (PO Raad, VO Raad, MBO Raad, HBO Raad). De schoolbesturen kregen de zak met voor onderwijs bestemd belastinggeld die bestemd is voor hun scholen en kunnen in ruime mate daarmee doen wat hen goeddunkt. Steeds blijkt weer, dat MinOCW maar een heel vaag beeld heeft wat er in de scholen met dat publiek geld gebeurt. Het beeld dat MinOCW van de onderwijswerkelijkheid krijgt, wordt voor een zeer belangrijk deel gevoed door wat de raden meedelen in met hen gevoerd overleg. Die tendens wordt nog eens extra gevoed door de benaderingswijze van staatssecretaris Dekker.

Citaat uit het debat naar aanleiding van moties om meer overleg te voeren met de onderwijsbonden: "Dekker zei tijdens dat debat dat hij de bonden voortaan best wat vaker wil aanhoren. Maar vond ook dat de werkgevers zijn belangrijkste gesprekspartij zijn. ‘Die ontvangen het geld’, aldus Dekker".

Het komt het CBOO voor, dat niet het geld de zalig makende factor is, maar de vraag welke actoren de voor funderend onderwijs verantwoordelijke bewindsman Dekker een beeld geeft van de onderwijswerkelijkheid. Dat zijn dus niet in de eerste plaats de onderwijsbestuurders die de zak met geld krijgen, maar de onderwijsbonden waarvan de leden dagelijks op de werkvloer vorm geven aan het onderwijs en loepzuiver aan kunnen geven wat de effecten zijn van het beleid van bestuurders. De onderwijsbonden zouden minstens gelijkwaardige partners moeten zijn t.o.v. de bestuurders..... Het valt te hopen dat de staatssecretaris door de Tweede Kamer wordt gehouden aan uitvoering van de ingediende moties.

Voor een AOb-artikel hierover, klik HIER.

 




DGPO Nieuwsbrief boordevol actuele informatie over primair onderwijs


CBOO-lidorganisatie Directiegroep Primair Onderwijs heeft maandag jl. een nieuwsbrief uitgebracht. De daarin weergegeven informatie is van groot belang voor directeuren in het primair onderwijs.

Lees HIER verder.






Stichting Onderwijsgeschillen is vaak goede intermediair


Als een klacht wordt ingediend bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC), onderzoekt Onderwijsgeschillen in elk individueel geval wat de beste manier is om de klacht op te lossen. Soms blijkt het beter te zijn om de klacht eerst te bespreken op school zelf. Dat was ook het geval bij de klacht over de begeleiding van Joep.

Lees HIER verder.

 



NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).



LET OP!!!! NIEUW PRIVE-EMAILADRES!!   CBOO-secretaris M. Hietbrink is bereikbaar op:

030 - 298 91 67

mob: 06 - 539 744 37
email: info@cboo.nl of mhietbrink1948@gmail.com