START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008              2009              2010
              2011              2012              2013              2014             2015             2016
m

week:
2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 17 - 18 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 27 - 36 - 39 - 40 - 42 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 5051



21 januari 2015      
                        WEEKBERICHT WEEK 4



CBOO-voorzitter drs.  L.L. Jongejans over toezichtskader inspectie en wat getoetst moet worden!


In de nieuwsbrief van PC-besturenorganisatie Verus van 14 januari jl., wordt hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens om een reactie op de plannen voor het nieuwe onderwijstoezicht gevraagd. “Niemand in Nederland weet wat goed onderwijs is, daarom is er vrijheid van onderwijs.”

Wat hem verontrust is dat de inspectie volgens Toezicht in Transitie gaat beoordelen of het onderwijs op een school ‘goed’ is.  Het is heel goed dat de inspectie toeziet op de volledige kwaliteit van de scholen, vindt Zoontjens. “Ze moet niet alleen naar rekenen en taal kijken, maar ook onderzoek doen naar andere aspecten zodat daarover een gesprek ontstaat met de school.”

Het CBOO heeft daar een eigen visie op, aldus CBOO-voorzitter Louis Jongejans. Als we naar het toezichtkader van de inspectie kijken is dat beperkt. Er wordt gekeken naar een beperkt aantal vaardigheden en kennis die op scholen bijgebracht wordt. Waar naar gekeken wordt, is hoe de Cito examens gemaakt worden, hoe de doorstroom is naar het examen, of de schoolexamens niet te veel afwijken van de centrale examens en of de doorstroom in de onderbouw voldoet. Dat is niet verkeerd maar er wordt nauwelijks gekeken naar wat scholen nog meer bijbrengen om leerlingen voor te bereiden op hun toekomst.

Burgerschapsvorming vinden we in Nederland belangrijk, maar toetsen doen we het niet. Als het gaat om het bijbrengen dat alle mensen gelijkwaardig zijn, ongeacht geslacht, geaardheid en afkomst (de verworvenheden van onze samenleving) dan toetsen we niet of scholen daar aan bijdragen en in hoeverre. Voor het openbaar onderwijs is dit een kernpunt, naast democratisch denken en handelen. Het is volgens het CBOO belangrijk dat hier aandacht aan besteed wordt vanuit een onafhankelijke invalshoek.

We stellen ons ook nauwelijks de vraag in Nederland of we leerlingen wel goed voorbereiden op hun toekomst. De examens dwingen docenten soms ze voor te bereiden op leerstof die niet altijd gericht is op hun toekomst. Moeten we niet meer aandacht besteden aan digitale opzoekvaardigheden en ICT-skills en ICT-ethiek als het gaat over de  toekomst van onze jongeren?

We weten allemaal dat de genoemde aspecten erg belangrijk zijn voor de concurrentiewaarde van onze jongeren in hun leven. Nederland blijft echter vasthouden aan 'brede ontwikkeling' terwijl we weten dat Einstein, met zijn dyslexie, in Nederland nog geen vmbo-tl diploma zou halen. 'Breed' is daarbij de veel gebruikte term. Is het echter wel zo breed als we denken, of is het gewoonweg te breed binnen een klein kennisgebied? We zien in aangrenzende landen dat leerlingen op minder vakken geëxamineerd worden en daar ook meer keuzes in kunnen maken met minder of geen verplichte vakken.

Terug naar Zoontjens: Hij heeft gelijk dat het huidige toezichtkader bijstelling nodig heeft. Het gaat om de dialoog. We zouden echter eens moeten kijken wat onze jongeren nou echt nodig hebben voor hun toekomst en daar het openbaar onderwijs goed in moeten positioneren; met een ander scala van te meten aspecten en misschien ook met een andere manier van meten. Met examens gericht op talentontwikkeling van leerlingen (zodat ook die eenzijdig begaafde leerlingen er komen) door minder (net zoals in het buitenland) traditionele examenvakken te meten. Maar we moeten ook bekijken of leerlingen wel voldoende zijn toegerust met toekomstvaardigheden. We leiden ze tenslotte voor HUN toekomst op.

Goed onderwijs is het beste wat je kinderen kunt meegeven. Bovendien borgt het de verworvenheden waar we in Nederland zo trots op zijn. Het CBOO roept op tot een inhoudelijke herbezinning en wil daarmee ook de positie van het openbaar onderwijs als onderwijsvorm waar iedereen, ongeacht achtergrond (en niet bekeken vanuit een bepaalde levensbeschouwelijke visie) op zijn plaats is, bevorderen. Met gelijkwaardigheid van mensen  als vertrekpunt is het logisch dat het openbaar onderwijs het voortouw neemt in het borgen van de kernwaarden van onze samenleving maar dan wel meteen met controle van de overheid, lokaal en landelijk en nadrukkelijk gericht op een aantal aspecten die nu buiten beeld blijven.






Minisymposium: Juridisering in het onderwijs (en wat er aan te doen),  Zwaartepunt Goed bestuur in een Veilige Wereld


Wanneer: 30 januari 2015
Waar: Haagse Hogeschool

Een must voor iedereen die met de dagelijkse praktijk van het primair en voortgezet onderwijs van doen heeft! Voor het volledige en bijgestelde programma, klik HIER.

Er zijn nog maar een paar plaatsen vrij. Wees er snel bij! Aanmelding kan alleen nog per mail bij een van de auteurs van het Basisboek Onderwijsrecht, onderwijsjurist Mr. Dr. F.H.J.G. Brekelmans.






Staatssecretaris belemmert stichting openbare basisschool in Limburg


Als het gaat om een door ouders gewenste openbare basisschool kiest staatssecretaris Dekker er kennelijk voor een zeer formele weg te bewandelen die leidt tot de afwijzing van een verzoek daartoe. De kwestie is aan de orde in de gemeente Peel en Maas.

Nog op 13 juli 2013 kondigde Dekker aan, dat hij de positie van ouders wilde versterken bij de stichting van scholen. Hij doelde daarbij met name op verruiming ten behoeve van niet denominatieve keuzes van ouders. De verzelfstandigingsgedachte die bij Dekker hoog in het vaandel staat, is kennelijk niet van toepassing als het gaat om de vraag of er een nieuwe openbare school mag worden gesticht. De VOS/ABB besteedt aandacht aan de zaak in een artikel van de VOS/ABB-redacteur.

De afgelopen jaren is er vaker in Limburg gebleken, dat het moeilijk is om ruim baan te geven voor het stichten van een openbare basisschool en dan liever de truc toe te passen een bestaande RK-school met slechte leerlingprognoses het predicaat openbaar te geven, waardoor de wens van ouders een openbare school te mogen stichten wordt getackeld (gemeente Horst aan de Maas). Momenteel doet de directie PO van MinOCW onderzoek naar de vraag of en zo ja in hoeverre het openbaar onderwijs in het nadeel is t.o.v. het bijzonder onderwijs (zie CBOO-bericht week 46/2014, 1e onderwerp).

Voorbeelden als hierboven vermeld, geven aan dat het erop lijkt dat de rijksoverheid met twee maten meet. Ruimhartig omgaan met de interpretatie van Grondwetsartikel 23 4e lid (bijvoorbeeld door vlot toe te staan dat openbare scholen opgaan in samenwerkingsconstructies waarbij het bevoegd gezag niet een bestuur voor openbaar onderwijs kan zijn), maar anderzijds dammen opwerpen tegen stichting van scholen voor openbaar onderwijs.

Het CBOO zal zich tegen deze trend blijven verzetten en deelt de mening van de VOS/ABB m.b.t. de conclusies t.a.v.  het gebeurde in de gemeente Peel en Maas. Ook de Gemeente Peel en Maas laat het er niet bij zitten, zo blijkt uit het Limburgs Dagblad van woensdag 21 januari en uit een bericht van radio Peel & Maas. Het CBOO komt in een volgend weekbericht op deze kwestie terug.






Onberekenbaar beleid


In 1994 kwamen MinOCW en de toenmalige gesprekspartners in het onderwijs met elkaar overeen dat onderwijsbestuur dicht bij het onderwijsproces moest worden georganiseerd; het zogenaamde Schevenings Akkoord Bestuurlijke Vernieuwing. Onderwijsbeleid moest op afstand worden geplaatst van de rijksoverheid, terwijl ook de gemeentelijke overheden m.u.v. het openbaar onderwijs voornamelijk nog een rol hadden m.b.t. onderwijshuisvesting. Toch schiet MinOCW af en toe weer in de oude aansturende rol m.b.t. onderwijsbeleid, zo ook recentelijk m.b.t. rekentoetsen in het onderwijs.

Of dat een goede zaak is, kan genuanceerd worden benaderd. Wat naar het oordeel van het CBOO niet juist is, is dat aan de ene kant MinOCW en gemeenten en soms ook de Tweede Kamer bij problemen verwijzen naar de verzelfstandigde besturen en medezeggenschapsorganen, maar anderzijds ook onverwacht de hakken in het zand zetten tegen een breed draagvlak van onderwijsorganisaties in. Dat kan leiden tot de indruk van onberekenbaarheid en daar is het onderwijs en dus de samenleving niet mee gediend.




NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).



LET OP!!!! NIEUW PRIVE-EMAILADRES!!   CBOO-secretaris M. Hietbrink is bereikbaar op:

030 - 298 91 67

mob: 06 - 539 744 37
email: info@cboo.nl of mhietbrink1948@gmail.com