START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008              2009              2010
              2011              2012              2013              2014             2015             2016 
m

week:
2 - 3 - 4 - 6 - 7 - 10 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 - 19 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 42 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 50 - 51



25 mei 2016      
                           WEEKBERICHT WEEK 21



Openbaar onderwijs en overheid


De koppeling van deze twee begrippen liep als een rode draad door de zaken die aan de orde waren tijdens het CBOO symposium van dinsdag 10 mei jl. Mr. N. Ph. Geelkerken, directeur van het CAOP te Den Haag en voorzitter van het algemeen bestuur van de Stichting BOOR voor openbaar onderwijs in Rotterdam, richtte zich bij het verbinden van openbaar onderwijs en overheid ondermeer op de volgende zaken:


Toezicht gemeente op openbaar onderwijs

Bij verzelfstandigd openbaar onderwijs wordt het gemeentebestuur geacht toezicht te houden op het openbaar onderwijs; zowel voor wat betreft het openbare karakter als ten aanzien van de financiën. Gemeentebesturen gaan in de praktijk nogal divers om met hun toezichthoudende taak. Gegeven het feit dat het hier gaat om decentrale taakuitoefening ligt een zekere diversiteit ten aanzien van dit toezicht ook in de rede. Het verdient aanbeveling eens grondig te onderzoeken hoe dit toezicht in de praktijk wordt vorm gegeven. Is er wel altijd sprake van een zekere dialoog tussen de gemeente en het verzelfstandigde openbare schoolbestuur? Op welk niveau: bestuurlijk en/of ambtelijk, gemeenteraad en/of college. Of is dit toezicht in de praktijk vaak slechts een formaliteit en is er geen sprake van enige dialoog.

Maatschappelijke verantwoording
Openbaar onderwijs is het onderwijs van de samenleving: een ieder is welkom. Openbaar onderwijs heeft ook een speciale relatie met de lokale overheid en daarmee met de democratisch gekozen bestuurders van de gemeenschap waar zij het leerplichtig onderwijs verzorgen. Aan wie zouden zij - naast aan ouders en leerlingen - beter verantwoording kunnen afleggen dan aan hen. Waar het openbaar onderwijs onderwijs verzorgt ten behoeve van de leerlingen uit een gemeenschap kan daardoor ook een inhoudelijke dialoog worden gevoerd met de bestuurders van die gemeenschap. Toch is er nog substantiële ruimte voor groei voor het enthousiasme om dat ook daadwerkelijk inhoud te geven naar het lijkt, zowel van de kant van de verantwoordelijke bestuurders van het openbaar onderwijs als van de kant van de gemeentebestuurders. Wat veroorzaakt deze terughoudendheid, waar liggen de belemmeringen?

Bijzonder onderwijs en maatschappelijke verantwoording
Van oudsher is het bijzonder onderwijs het particuliere onderwijs, het onderwijs van de ouders. Bekostigd door de overheid, maar gedragen door de ouders en hun lokale of regionale gemeenschap. In de tijd van de verzuiling was dit ook zo. In die gemeenschap lag ook de maatschappelijke verankering en kreeg deze inhoud. Maar de tijden lijken ook op dit punt veranderd. Aan wie legt een stichtingsbestuur en de Raad van Toezicht van een bijzondere school nu in de praktijk verantwoording af. Natuurlijk aan onze Rijksinspectie, maar hoe zit het met de lokale/regionale maatschappelijke verankering? Welke praktijk zien we daar en is ook hier ruimte voor verdere groei? Hoe kijken we hier aan tegen een intensievere dialoog met het gemeentebestuur als representanten van de lokale gemeenschap? Welke andere representanten zouden daarbij betrokken moeten worden en welke borgen zijn er eigenlijk dat dit ook echt praktijk is?

Kwaliteit bestuur en toezicht
Wij willen natuurlijk kwaliteitsonderwijs, aldus Geelkerken. Met docenten die bevoegd en bekwaam zijn, met schoolleiders en bestuurders die hun vak verstaan en met toezichthouders die berekend zijn op hun verantwoordelijke taken. Professionaliteit op alle niveaus. De samenleving heeft ook recht op deze kwaliteit. Het gaat bij het funderend onderwijs immers om leerplichtig onderwijs door de belastingbetaler bekostigd. Aan docenten worden hoge eisen gesteld. Bevoegdheid, kwalificatie, de doorontwikkeling van de professionaliteit en registratie als sluitstuk. Ook voor schoolleiders in het primair onderwijs wordt registratie in het schoolleidersregister sterk bevorderd en daarmee een continue doorontwikkeling gerealiseerd. In het voortgezet onderwijs komt dit ook van de grond. Des te opvallender is dat deze professionele doorontwikkeling niet in die mate wordt gestimuleerd noch vereist ten aanzien van bestuurders en toezichthouders. In een aantal sectoren ligt dit echt anders, bijvoorbeeld in de financiële sector, bij de pensioenfondsen of bij de woningbouwcorporaties. Waarom stellen we eigenlijk geen professionaliseringseisen aan onze bestuurders en toezichthouders?

Governance codes
Het primair en voortgezet onderwijs kennen beide een code voor goed bestuur. Dat geldt ook voor de andere onderwijssectoren. Dat in navolging van vele andere sectoren die allen hun eigen governance codes hebben. Zijn we niet een beetje doorgeschoten t.a.v. de hoeveelheid codes? Is het echt zinvol dat we in het onderwijs als subsectoren allemaal onze eigen code hebben? Is er eigenlijk niet heel veel gemeenschappelijk? En zouden we i.p.v. differentiatie niet beter onze krachten kunnen bundelen t.a.v. de handhaving en doorontwikkeling van de codes vroeg Geelkerken zich af.


Prof. Mr. Dr. P.W.A. Huisman, bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Erasmus School of Law en senior adviseur bij Hobéon vroeg zich in zijn bijdrage af, waarom er geen sprake is van een jaarlijkse “Staat van het Openbaar Onderwijs”. Dit zou een document moeten zijn, waarin aan de hand van wetenschappelijk onderzoek, enquêtes, verantwoordingsrapportages van schoolbesturen en activiteiten van gemeenten m.b.t. het nemen van eindverantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs. Deze “Staat van het Openbaar Onderwijs” moet ook de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs weergeven in relatie tot burgerschap en pedagogische autonomie van openbare scholen. Huisman vindt democratische besluitvorming een essentieel wezenskenmerk van het openbaar onderwijs. De vraag is echter naar zijn oordeel nog steeds welke criteria onder het begrip democratische besluitvorming moeten hangen. Dezen moeten duidelijk zijn alvorens daarover in een “Staat van het Openbaar Onderwijs” wordt gerapporteerd. De drie gespreksgroepen die na de inleidingen van Geelkerken en Huisman aan de slag gingen met een aantal door het CBOO opgestelde stellingen, waren het eens over nut en noodzaak van een “Staat van het Openbaar Onderwijs”. Het CBOO borduurt over o.a. dit thema voort in een vervolgsymposium, dat gepland staat voor medio 2017. Daar is ook aan de orde op welke manier het duaal stelsel kan worden geactualiseerd na 100 jaar onderwijspacificatie. Dat kan alleen goed in kaart worden gebracht als in de aanloop naar dit symposium knelpunten worden opgespoord en wordt weergegeven hoe deze zouden kunnen worden weggenomen. Dagvoorzitter Prof Dr. R.A.P. Tielman, oud-voorzitter van het CBOO, vatte het resultaat van de groepsgesprekken in de plenaire afsluiting samen. Hij stelde ondermeer vast dat:


* De zorg voor het openbaar onderwijs vanuit veel eindverantwoordelijke gemeenten volstrekt onvoldoende is. Op zijn best wordt in veel gevallen volstaan met formele goedkeuring van aangeboden financiële cijfers (Begroting en Jaarrekening)

* Kennis en kunde m.b.t. openbaar onderwijs moeten in het gemeentelijk apparaat terugkeren. Daarbij werd de kanttekening gemaakt, dat ook de Rijksoverheid (MinOCW en Tweede Kamer) meer aandacht moeten hebben voor het openbaar onderwijs.

* Regionalisering van het onderwijsbeleid (vorming van samenwerkingsverbanden) vertroebelt het zicht op de stand van zaken in het openbaar onderwijs. Dat beleid werkt ook door in de mogelijkheid van openbare schoolbesturen en hun medezeggeschapsorganen hun autonome besluitvorming en het verantwoorden daarvan waar te maken.

* Zowel openbaar als bijzonder onderwijs dienen t.a.v. hun financieel en onderwijskundig handelen verantwoording af te leggen aan de publieke gemeenschap. Deze financiert immers zowel het openbaar – als bijzonder onderwijs. Daarbij past verantwoording afleggen in gelijke mate.

* In de gespreksgroepen werd duidelijk, dat de VOS/ABB als vereniging voor bestuur – en management voor (o.a.) openbaar onderwijs zeer terughoudend is m.b.t. de verantwoordingsplicht van het openbaar onderwijs naar de gemeentelijke overheden.


Afgezien van deze laatste constatering door dagvoorzitter R.A.P. Tielman, werd tijdens de afsluiting duidelijk dat het CBOO, de VOS/ABB en de VOO zoeken naar meer samenwerking dan de laatste jaren het geval was. Het voor juni a.s. geplande gesprek over de mogelijkheden van een document  “De Staat van het Openbaar Onderwijs” kan daartoe een bijdrage zijn.


 


Start internetconsultatie WMS


Sinds 9 mei heeft de overheid een internetconsultatie open gesteld m.b.t. een wetswijziging waarmee de (G)MR een instemmingsrecht krijgt op de hoofdlijnen van de begroting. Op dit moment geeft de Wet Medezeggenschap op scholen (WMS) de MR en GMR een adviesrecht t.a.v. de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school (huidige artikel 11 WMS). Het instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting komt hiervoor in de plaats, en is bedoeld om te positie van de medezeggenschap bij het financiële beleid te versterken. Mede in relatie tot de lumpsumbekostiging.

Voor meer informatie, en de mogelijkheid tot het geven van een reactie op het wetsvoorstel, klik HIER.

De consultatie staat open tot 6 juni a.s.




AOb Nieuwsbrief PO


De onderhandelaars van de Algemene Onderwijsbond en de overige sociale partners in het primair onderwijs hebben een onderhandelaarsakkoord bereikt over een nieuwe cao. Indien goedgekeurd door de achterbannen zal deze overeenkomst een looptijd kennen van 1 juli 2016 tot 1 oktober 2017. In het akkoord is onder meer afgesproken dat de salarissen per 1 juli met 3,8 procent omhooggaan. Wij willen graag weten hoe u over de resultaten denkt.

In de AOb-nieuwsbrief PO meer informatie hierover!




Meldpunt correctie centraal examen


De eindexamens zijn van start gegaan. Veel collega’s zijn al bezig met de eerste correctie. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs wilde aanvankelijk de eerste en de tweede correctie omdraaien. Door de vele protesten ging dat niet door. Leraren klaagden dat ze te weinig faciliteiten en tijd kregen om de tweede correctie goed uit te voeren. Dat moet dus dit jaar beter.

In de AOb-nieuwsbrief VO van mei meer informatie hierover!




NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).



CBOO-secretaris M. Hietbrink is bereikbaar op:

030 - 298 91 67

mob: 06 - 539 744 37
email: info@cboo.nl of mhietbrink1948@gmail.com