START        ORGANISATIE        WEEKBERICHTEN        LIDORGANISATIES        ACTUEEL        KLOO        SOO        LINKS        CONTACT


m
2008              2009              2010
              2011              2012              2013              2014             2015             2016 
m

week:
2 - 3 - 4 - 6 - 7 - 10 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 - 19 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 42 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48 - 49 - 50 - 51



1 juni 2016      
                           WEEKBERICHT WEEK 22



Kwaliteit bestuur en toezicht in het onderwijs


Tijdens het CBOO symposium van 10 mei jl. kwam o.a. het volgende aan de orde:  Wij willen natuurlijk kwaliteitsonderwijs. Met docenten die bevoegd en bekwaam zijn, met schoolleiders en bestuurders die hun vak verstaan en met toezichthouders die berekend zijn op hun verantwoordelijke taken. Professionaliteit op alle niveaus. De samenleving heeft ook recht op deze kwaliteit. Het gaat bij het funderend onderwijs immers om leerplichtig onderwijs door de belastingbetaler bekostigd. Aan docenten worden hoge eisen gesteld. Bevoegdheid, kwalificatie, de doorontwikkeling van de professionaliteit en registratie als sluitstuk. Ook voor schoolleiders in het primair onderwijs wordt registratie in het schoolleidersregister sterk bevorderd en daarmee een continue doorontwikkeling gerealiseerd. In het voortgezet onderwijs komt dit ook van de grond. Des te opvallender is dat deze professionele doorontwikkeling niet in die mate wordt gestimuleerd noch vereist ten aanzien van bestuurders en toezichthouders. In een aantal sectoren ligt dit echt anders, bijvoorbeeld in de financiële sector, bij de pensioenfondsen of bij de woningbouwcorporaties. Waarom stellen we eigenlijk geen professionaliseringseisen aan onze bestuurders en toezichthouders?

Dat deze laatste verzuchting brandend actueel is, bleek o.a. uit een publicatie in het Onderwijsblad van de AOb (nr. 10 van 21 mei jl.). In 3 artikelen op resp. blz. 3 en blz. 9  besteedt de AOb aandacht aan wat zij in het redactioneel commentaar aanduidt als "Een beetje wanbeheer" van bestuurder Karel Bun van Scholengroep Den Haag Zuid West (SGDHZW). SGDHZW is een scholengroep op algemeen bijzondere grondslag en heeft een Raad van Toezicht. De scholengroep behoort dus tot de categorie "Bijzonder Onderwijs". Consequentie daarvan is, dat van publieke verantwoording voor de besteding van door de belastingbetalers opgebracht geld geen sprake is. Dit privilege wordt ingedeeld bij het kopje "vrijheid van onderwijs". Op de website van SGDHZW  wordt enigszins versluierd wel aangegeven, dat er iets niet in orde was, maar het is het magazine van de AOb voornoemd, dat veel concreter wordt en dat na eigen onderzoek. In dat onderzoek stuitte de AOb, aldus het Onderwijsblad blz. 3, op bijverdiensten van de BV van Karel Bun, hetgeen hem zijn baan kostte. Op blz.9 worden bedragen zichtbaar. Gesproken wordt daar over het uitgeven van EUR 600.000,-- onrechtmatig (publiek) geld en tussen EUR 337.000,-- en 760.000,-- ondoelmatig. Over het vertrek van Bun in juni 2014 is het jaarverslag 2014 (1e deel) van de SGDHZW vaag. Concreter is het Onderwijsblad van juni 2014.

Overigens blijkt, dat bestuurder Bun al eerder in het nieuws is geweest over zijn keuzes. Op de website van BON (Beter Onderwijs Nederland) wordt medio 2014 o.a. het volgende opgemerkt:


“In het Onderwijsblad van de AOb (blz. 22) staat het verhaal van Scholengroep Den Haag Zuidwest die de afgelopen jaren miljoenen investeerde in nieuwbouw, en toen de kosten tegenvielen besloot te bezuinigen op onderwijs en een groter deel van de rijksbijdrage dan gebruikelijk in een fonds te stoppen om die extra huisvestingskosten te kunnen betalen. Dat kon alleen maar als docenten een lesuur per week gratis zouden gaan geven.

In eerste instantie was daarover een akkoord met de MR, op voorwaarde dat het tijdelijk was. Bestuursvoorzitter Karel Bun, die in dezelfde tijd een salarisverhoging kreeg van ruim 10%, besloot de regeling structureel te maken; er was nu tenslotte geen sprake meer van extra werk, omdat de docenten er inmiddels aan gewend waren. Omdat de aanmeldingen tegenvielen, is de begroting voor de pr verdubbeld naar drie ton en om de personeelslasten rond de 75% te houden de prognose voor het aantal nieuwe leerlingen opgeschroefd.”


Het voorgaande overziend kan ondermeer het volgende worden vastgesteld:

1. In het onderhavige geval schort het aan professionele doorontwikkeling van de bestuurder.

2. De Raad van Toezicht van SGDHZW heeft onvoldoende in de gaten gehouden dat het zijn eindverantwoordelijk is effectief toezicht te houden op de handel en wandel van de bestuurder.

3. Op het moment dat de Raad van Toezicht merkt dat er wel e.e.a. aan schort, wordt snel de bestuurder aan de kant gezet en (met veel extra publiek geld) een interim bestuurder benoemd, die binnen een jaar ook weer verdwijnt. De rekening ligt bij MinOCW en dus bij de belastingbetaler.

4. Als waar is wat het Onderwijsblad van 21 mei 2016 op blz. 9 schrijft, dat de Scholengroep geld onrechtmatig besteedde, doemt de vraag op hoe het mogelijk is dat zonder juridische procedures bestuurder Karel Bun en zijn Raad van Toezicht in de samenstelling 2014 kon wegkomen zonder aansprakelijk te worden gesteld voor het door de AOb genoemde onrechtmatig besteedde bedrag. Er lijkt duidelijk sprake van veronachtzaming van het eigen huishoudelijk reglement. Een burger die iets dergelijk presteert, kan op strafrechtelijke vervolging en hoge boetes rekenen. Kennelijk zijn de bestuurders aansprakelijkheidsverzekeringen (premies ook betaald met geld uit het schoolbudget) kennelijk zo goed afgedicht, dat onrechtmatig en ondoelmatig besteed geld niet in de eigen portemonnee van de direct betrokkenen voelbaar wordt.

5. Ook dit voorbeeld van handelen van een schoolbestuur, zoals door bronnen als AOb en Bon beschreven, laat zien dat een doordenking van het huidige systeem van bestuurlijke aansturing van funderend onderwijs op zijn plaats is. In ieder geval is de tijdens het CBOO symposium bepleitte kwaliteitstoetsing en overheidscontrole bittere noodzaak, niet alleen voor het openbaar onderwijs, maar zeker ook voor het bijzonder onderwijs.

 



Evaluatie CBOO symposium...... en hoe nu verder?


Tijdens de CBOO bestuursvergadering werd uitvoerig aandacht besteed aan het resultaat van het CBOO symposium van 10 mei jl. Daarbij was de nadruk komen te liggen op zaken die het openbaar onderwijs heel actueel zijn. Dat betreft met name de twee volgende onderwerpen:


1. De positie van het openbaar onderwijs en de rol van de overheid daarin

2. Borging door de overheid van democratische besluitvorming en levensbeschouwelijke kernwaarden in het onderwijs – een juridische benadering.


Beide sprekers, Mr. N. Ph. Geelkerken en Prof. Dr. Mr. P.W.A. Huisman, toonden zich voorstander van het ontwikkelen van een document  “Staat van het Openbaar Onderwijs", waaruit jaarlijks blijkt, dat aan de (grond)wettelijke vereisten van het openbaar onderwijs wordt voldaan. Daarbij is van belang dat deze “Staat van het Openbaar Onderwijs” ook de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs moet weergeven in relatie tot burgerschap en pedagogische autonomie van openbare scholen. Democratische besluitvorming is daarbij een essentieel wezenskenmerk van het openbaar onderwijs. De vraag is echter nog steeds welke criteria onder het begrip democratische besluitvorming moeten hangen.

Het CBOO-bestuur ging op o.a. deze kwestie in n.a.v. een DB-notitie die over het onderwerp "Staat van het Openbaar Onderwijs” voorlag ter vergadering. Het DB werkt nu verder aan een nadere uitwerking van dit thema, dat zal worden gepresenteerd tijdens het vervolgsymposium van het CBOO  medio 2017. Daarover volgen nog voor de zomervakantie 2016 nadere mededelingen. Verrijkend voor de nadere uitwerking van een CBOO document "Staat van het Openbaar Onderwijs" kan het gesprek zijn, dat op 30 juni a.s. zal plaatshebben over het thema met de VOO en de VOS/ABB. Het CBOO levert voor dat gesprek zeer binnenkort een gespreksnotitie aan.




Opmerkelijk


Bij hoge uitzondering heeft het Ministerie van Financiën een document gepubliceerd met een inventarisatie van mogelijkheden voor het volgende kabinet om nog verder te bezuinigen. De zogenoemde 'ombuigingslijst' wordt normaliter in strikt vertrouwen aan de fracties in de Tweede Kamer verstrekt. Daarmee kunnen zij onder meer hun verkiezingsprogramma's opstellen.

De Volkskrant meldde woensdagochtend echter in het bezit te zijn van het document. Er zouden nog volop mogelijkheden zijn om verder te saneren, met nog eens 50 miljard euro aan bezuinigingen.


Mogelijkheden

"De opties in deze ombuigingslijst zeggen niets over de politieke wenselijkheid of haalbaarheid van de opgenomen maatregelen", zegt het ministerie. "Het gaat om een inventarisatie van technische mogelijkheden."

De VOS/ABB, vereniging voor bestuur en management, heeft n.a.v. dit thema op zijn website opgeschreven welke consequenties deze denklijn voor het onderwijs zou kunnen hebben:

Voor het primair en voortgezet onderwijs is het volgende door het ministerie van financiën bedacht:

Op het primair onderwijs zóu er in 2017 ruim 200 miljoen euro bezuinigd kúnnen worden. Zo zouden de bedragen die in het Nationaal Onderwijsakkoord staan niet uitgekeerd hoeven worden. Ook zou er gekort kunnen worden op de professionalisering van leraren, zouden de extra lessen voor hoogbegaafde leerlingen kunnen worden geschrapt en zou de klassenverkleining kunnen worden teruggedraaid.

Bij het voortgezet onderwijs zou er in 2017 ruim 270 miljoen euro af kunnen. Ook hier wordt het geld uit het Nationaal Onderwijsakkoord genoemd. Een andere post waarop bezuinigd zóu kúnnen worden betreft de maatregelen voor meer leraren. Daarnaast zouden kwaliteitsafspraken kunnen worden stopgezet.


Lerarenbeleid

Op de Begrotingslijst staat een apart hoofdstuk over het lerarenbeleid. Daar zóu eveneens op bezuinigd kúnnen worden, bijvoorbeeld door de Lerarenbeurs af te schaffen en door een einde te maken aan de maatregelen om leraren naar de Randstad te lokken.

De Begrotingslijst is nadrukkelijk een lijst met mógelijke bezuinigingsposten. Natuurlijk zal nooit alles wat erop staat realiteit worden, maar de lijst toont ook aan dat niets onmogelijk is, aldus de VOS/ABB.




Dilemma's


De PvdA komt GroenLinks tegemoet en wil alsnog samen optrekken om asielkinderen ook in het tweede jaar taalonderwijs te kunnen aanbieden.

Ook de SP, CDA, D66 en ChristenUnie ondersteunen het voorstel, waardoor er een Kamermeerderheid is die het kabinet oproept meer middelen vrij te maken zodat basisscholen extra geld krijgen voor het taalonderwijs van vluchtelingenkinderen.

De VVD voelt niets voor extra geld naar asielkinderen en ook verantwoordelijk staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker (VVD) vindt het onnodig om extra middelen vrij te maken voor vluchtelingenkinderen. Hij wijst op de bestaande regelingen die volgens de staatssecretaris afdoende zijn. Bovendien moet de bekostiging van het extra onderwijs ergens vandaan komen. "Mijn collega van Financiën heeft geen geldmachine staan", zei Dekker die de partijen opriep om zelf op zoek te gaan naar de dekking van de plannen.


Onvoldoende

Momenteel krijgen scholen één jaar extra bekostiging bij asielkinderen in de klas. De koepel van basisscholen, PO-raad, stelde onlangs dat dit niet voldoende is. "Een eenmaal opgelopen achterstand op jonge leeftijd, loopt een kind niet of nauwelijks in. Die ondervindt daar zijn hele verdere leven de nadelen van", aldus de PO-raad.

Tot zover de berichtgeving van de website nu.nl.

Op zichzelf is het heel humaan, dat als consequentie van het Europese asielbeleid extra geld wordt uitgetrokken om asielkinderen goed onderwijs te bieden. Daarvoor kan het nodig zijn langer dan een jaar extra middelen ter beschikking te stellen. Volgens het CBOO heeft de staatssecretaris Dekker een punt als hij stelt dat bekostiging van extra onderwijs ergens vandaan moet komen. Steeds meer zal zich de vraag aandienen hoe en waar er bij een voortzetting van de instroom van asielzoekerskinderen middelen moeten worden gegenereerd. Als de Tweede Kamer er voor blijft kiezen dan prioriteit te leggen bij gevraagd extra onderwijs voor asielkinderen, komen onherroepelijk bezuinigingsopties zoals door het ministerie van financiën voor het onderwijs bedacht, in beeld. Of de Nederlandse samenleving daarop zit te wachten is met het oog op de positie van Nederland als kennisland, ook in de toekomst zeer de vraag!

Voor het nu.nl-artikel, klik HIER.



"Vrijheid van onderwijs"


Het bestuur van een geplande Islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam krijgt geen geld van het Rijk.

Hiermee heeft staatssecretaris Dekker een schrede gezet op een pad, dat de discussie over het huidige duaal stelsel (openbaar en bijzonder onderwijs) weer zal doen aanwakkeren. De onderwijspacificatie en daaruit voortvloeiende wetgeving rechtvaardigt op zichzelf het verzoek van de Stichting Islamitisch onderwijs een school te stichten en die te laten bekostigen door de overheid.

Dekker brengt bij zijn motivering voor de afwijzing voornoemd een interessant element in: "De vrijheid van onderwijs is een groot goed, maar het is geen vrijbrief voor onderwijs dat indruist tegen de waarden van onze democratische rechtsstaat". Hij maakt hier een duidelijke koppeling tussen datgene wat een stichting voor bijzonder (in dit geval
Islamitisch) onderwijs graag wil en voorwaarden die de samenleving (lees faciliterende overheid) daar maatschappelijk aan verbindt.

Het CBOO is het in deze kwestie met de staatssecretaris eens, maar de kwestie moet de casuïstiek voorbij. Fundamenteel moet de overheid nu duidelijkheid gaan scheppen. Als hij wenst dat belastinggeld wordt aangewend om onderwijs te geven in de geest van de democratische kernwaarden van de westerse samenleving, past daar ook een goede verantwoording bij. De eerder in dit bericht aan de orde gestelde "Staat van het Openbaar Onderwijs", waarin garanties worden ingebouwd voor overheidsborging van goed openbaar onderwijs, zou dus moeten gelden voor het gehele funderend onderwijs. Per slot van rekening financiert de belastingbetaler zowel het openbaar als het bijzonder onderwijs.


Voor meer informatie over de weigeringsgrond voor een islamitische school, klik HIER.





NIEUWE MOGELIJKHEDEN         

Het CBOO bericht is niet alleen bron van nieuws, dat wordt aangeboden.

U kunt er zelf ook aan bijdragen door:

  • te reageren op meningen, die er in worden gegeven. Ze zullen mits niet buiten publicitaire orde worden geplaatst om de berichten ook als interactief medium te kunnen inzetten. Ze worden dan immers een forum voor discussie!
  • nieuws te plaatsen, dat behalve voor uw openbare school of daaraan verwante instelling interessant kan zijn voor lezers van CBOO berichten. Dat kan te maken hebben met positieve PR t.b.v. openbare scholen, tot het aankondigen van manifestaties die van belang zijn voor velen die in of voor het openbaar onderwijs werken.
  • oproepen te laten plaatsen voor acties, die met het openbaar onderwijs van doen hebben. Mogelijkheid daarbij is, dat het CBOO een intermediaire rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van het door u te berde gebrachte bij bijvoorbeeld lokale overheden, besturen openbaar onderwijs, maar ook landelijke politici. Die lezen voor zover het leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer (en ambtenaren van het Ministerie van OCW) betreft ook CBOO berichten.
  • voor voorgaande zaken en voor verdere inlichtingen te mailen met info@cboo.nl of te bellen 030 - 2989167 (buiten kantooruren wordt u doorgeschakeld naar mobiel nummer van CBOO secretaris M. Hietbrink).



CBOO-secretaris M. Hietbrink is bereikbaar op:

030 - 298 91 67

mob: 06 - 539 744 37
email: info@cboo.nl of mhietbrink1948@gmail.com